• TABLE OF CONTENTS
HIDE
 Front Cover
 Half Title
 Title Page
 Introduction
 Phonologie
 Morphologie
 Woodenlijst
 Teksten
 Table of Contents
 Back Cover






Group Title: Annalen van het Koninklijk Museum van Belgisch-Kongo, Tervuren, Belgie., d. 5
Title: Linguistische schets van het Bangubangu
CITATION PAGE IMAGE ZOOMABLE PAGE TEXT
Full Citation
STANDARD VIEW MARC VIEW
Permanent Link: http://ufdc.ufl.edu/UF00072658/00001
 Material Information
Title: Linguistische schets van het Bangubangu
Series Title: Annalen van het Koninklijk Museum van Belgisch-Kongo, Tervuren, Belgièe
Physical Description: 52 p. : ; 28 cm.
Language: Dutch
Creator: Meeussen, A. E
Publisher: s.n.
Place of Publication: Tervuren
Publication Date: 1954
 Subjects
Subject: Bangubangu language   ( lcsh )
Genre: non-fiction   ( marcgt )
 Notes
Statement of Responsibility: door A.E. Meeussen.
 Record Information
Bibliographic ID: UF00072658
Volume ID: VID00001
Source Institution: University of Florida
Holding Location: African Studies Collections in the Department of Special Collections and Area Studies, George A. Smathers Libraries, University of Florida
Rights Management: All rights reserved by the source institution and holding location.
Resource Identifier: oclc - 05731412

Table of Contents
    Front Cover
        Page i
        Page ii
    Half Title
        Page iii
        Page iv
    Title Page
        Page v
        Page vi
    Introduction
        Page 1
        Page 2
    Phonologie
        Page 3
        Page 4
        Page 5
        Page 6
        Page 7
        Page 8
        Page 9
        Page 10
    Morphologie
        Page 11
        Page 12
        Page 13
        Page 14
        Page 15
        Page 16
        Page 17
        Page 18
        Page 19
        Page 20
        Page 21
        Page 22
        Page 23
        Page 24
        Page 25
        Page 26
        Page 27
        Page 28
        Page 29
        Page 30
        Page 31
        Page 32
        Page 33
        Page 34
        Page 35
        Page 36
        Page 37
        Page 38
        Page 39
        Page 40
    Woodenlijst
        Page 41
        Page 42
        Page 43
        Page 44
    Teksten
        Page 45
        Page 46
        Page 47
        Page 48
        Page 49
        Page 50
    Table of Contents
        Page 51
        Page 52
        Page 53
    Back Cover
        Page 54
Full Text



U OF F LIBRARY


ANNALEN
VAN HET KON1NKLIJK MUSEUM
VAN BELGISCH-KONGO
TERVUREN (BELGIi)
Reeks in 80
Wetenschappen van de Mens
LINGUISTIEK
Deel 5


ANNALES
DU MUSEE ROYAL
DU CONGO BELGE
TERVUREN (BELGIQUE)
S6rie in 80
Sciences de 1'Homme
LINGUISTIQUE
Volume 5


LINGUISTISCHE SCHETS

VAN HET


BANGUBANGU



DOOR

A. E. MEEUSSEN
Adj unct-conservator
hij het Koninklijk Museum
van BRelgisch-Kongo












TERVUREN
1954





ArA4c C&ia


LINGUISTISCHE SCHETS VAN HET BANGUBANGU











ANNALEN
VAN HET KONINKLIJK MUSEUM
VAN BELGISCH-KONGO
TERVUREN (BELGIE)

Reeks in 80


Wetenschappen van de
LINGUISTIEK
Deel 5


Mens


ANNALES
DU MUSEE ROYAL
DU CONGO BELGE
TERVUREN (BELGIQUE)

Serie in 80
Sciences de 1'Homme
LINGUISTIQUE
Volume 5


LINGUISTISCHE SCHETS

VAN HET


BANGUBANGU




DOOR

A. E. MEEUSSEN
Adjunct-conservator
bij het Koninklijk Museum
van Belgisch-Kongo


TERVUREN
1954


















I.- INLEIDING


Het material voor deze studied werd opgetekend te Lusangi in Maniema
en vooral te Mutingwa, van io tot 17 Juli 1951, tijdens een studiereis,
ondernomen in opdracht van het Ministerie van Kolonien.
Mijn voornaamste zegsman was Amisi Mbelenge van Mutingwa, bijna de
enige, uit een groep van twintig candidaat-informateurs, die duidelijk genoeg
articuleerde. De zoon van de chef Mutingwa zorgde voor twee teksten in gewone
spelling met vertaling in het Swahili. De lijst met substantieven werd te Lusangi
en te Mutingwa opgetekend; de afwijkende dialectvormen van Lusangi zullen
worden aangegeven door de aanduiding ,,dial.".
In het Bangubangugebied heb ik zoveel mogelijk hetzelfde opgevraagd
als voor het Ombo, en dit material werd volgens dezelfde beginselen verwerkt;
het plan en de uiteenzetting van deze studied zijn dan ook vergelijkbaar met die
van de Ombo-schets, verschenen als vorig deel in deze Annalen. Toch zijn
de twee talen zo uiteenlopend Ombo is een soort Mongo, terwijl het Bangu-
bangu de Noord-Oostelijke uitloper van het Luba is dat de Verschilpunten
vanzelf naar voren treden.
Ik betuig mijn oprechte dank aan het Ministerie van Kolonien en aan de
Directeur van het Koninklijk Museum van Belgisch-Kongo, Prof. Dr. Frans
M. Olbrechts, voor het vertrouwen dat ze in mij stelden toen ze me met de
studiereis in Burundi en Maniema gelastten.
Mijn erkentelijkheid gaat eveneens naar! Prof. M. Guthrie, die me in de
loop van een lang gesprek, en later ook in colleges te Londen, zijn werkwijze en
bevindingen inzake toonverwikkelingen meedeelde; van hem komen o.m. de
raadgevingen om het karakteristieke toonverloop niet in het geisoleerde woord
te zoeken noch op het zinseinde, om eerst lange woorden te ontleden, om in de
phonologische veelheid de grammatische eenheid op te sporen. Als de grillige
toonsprongen van het Bangubangu in deze studied door de uiteenzetting enigszins
begrijpelijk worden, dan heb ik dit uiteindelijk aan Prof. Guthrie te danken.
Ook mijn vriendelijke gastheren te Lusangi en Mutingwa, de gewest-
beheerder en mevrouw Poswick, en de heer en mevrouw Paulus, gedenk ik
dankbaar.


Het Bangubangu wordt gesproken in Maniema, in het gebied om
Kabambare, nr [264] op de kaart van E. P. Prof. V. Van Bulck in zijn Recherches
linguistiques au Congo belge (K.B.K.I. 16, Brussel 1948), en nr 24i van de kaart
van E. P. G. Hulstaert, Carte linguistique du Congo belge (K.B.K.I. 19, 5, Brussel
1950). In het Westen van dit gebied wonen de onderstammen Nonda, Kasenga,
Mamba en Zula; Nonda en Kasenga spreken een dialect van het Bangubangu;












Mamba en Zula zouden een afzonderlijke taal hebben, die echter, volgens
M. Soors' woordenlijsten, die ik te Kasongo kon raadplegen, toch ook tot het
Luba-type zou behoren.
Het Bangubangu vertoont veel overeenkomst, ook inzake toonverschuiving,
met het Songe, waarvan een Zuidelijke vorm nauwkeurig beschreven werd door
E. P. L. Stappers in Het Toonsysteem van het Buina Milembwe (Kongo-Overzee,
1952, 18, 199-242). Een vergelijking tussen de twee toonsystemen zal in een
afzonderlijke bijdrage uitgewerkt worden.


Om de ingewikkelde klank- en vooral toonverhoudingen van het Bangu-
bangu uiteen te zetten is het nodig gebleken naast de gewone phonologische
spelling af en toe een structurele spelling te gebruiken, waarin elk element
Kernn of affix of niet-afgeleide stam of partikel) zoveel mogelijk geschreven
wordt in de vorm die het in de meeste andere verwante vormen heeft; deze
spelling is gekenmerkt door verbindingsstreepjes tussen elk van de elementen
van een woord. Zoals een phoneem ge real i s e e r d wordt door een klank,
zo is een structurele vorm gerepresenteerd door een phonologische.
Hier worden dus drie niveau's onderscheiden:
een structurele vorm, bijv. : n-'undit
wordt vertegenwoordigd (gerepre-
s e n t e e r d) door een phonologische vorm : ngundu (dijen)
die zelf uitgevoerd (gerealiseerd)
wordt in phonetische vormen : [agu'ndu, irgu:ndu] enz.
Voor de stam -'undit in de structurele vorm, vgl. nrs 3, 8 (lu'undu liS6golo
een kleine dij) en 32.

Deze drie niveau's zijn als gelijktijdig bedoeld, zonder enige chronologische
prioriteit van de een op de andere. Zie nrs 9 en 25 voor representative in twee
trappen, een soort van ontdubbeling van het structurele niveau.


















II. -PHONOLOGIE


1. De enkelvoudige phonemen zijn:
i e a o u
ii ee aa oo uu
y w
m n ji j
b 1 g
(p) t (c)
v z 3
f s h

Het verschil in toonhoogte wordt verder afzonderlijk behandeld (nrs 7-26).
Voor bb, zz enz. zie nr 3.
Zeldzaam zijn de phonemen :
p in enkele leenwoorden uit het Swahili, gelijk -pat- verkrijgen, pikA tot;
c in mucu hoofd (verschillend van mutu as) en 'oco oor; voor het overige
schijnt cu een vrije variant van tu te zijn;
a in maiani olie; in andere gevallen is i special representative van ng
(nr 3) of realisatie van nasaal v66r g.

2. Realisatie van de phonemen.
Vrije varianten:
g wordt zeer dikwijls als spirans uitgevoerd: 'uganga binden, phone-
tisch ['uga:nga] of ['uya:nga];
'wisselt af met nul of met k, soms zelfs met g : 'u'unda naar het veld, phone-
tisch ['u'u:nda/u'u:nda/ku'u:nda/gu'u:nda]; zie ook nr 54 voor g6ngwa-
tila (-'wit- nemen naast de gewone vorm -waht- nemen), en nrs 27 en 39
voor een mogelijke phonologische tegenstelling tussen en k.
Gebonden varianten :
1 wordt v66r i gewoonlijk als d (of r) uitgevoerd : 'ugula open, tigtdi
laten we open; na nasaal altijd als d;
g v66r u was in prefixen meest iets als een velare spirant met lippenronding,
of zelfs een labiovelare spirant, moeilijk te onderscheiden van w: gudi
je bent [y/wudi];
De voorlaatste silbe van het woord, vooral op het zinseinde, is langer dan
andere, en heeft intensiteitsaccent. Een lange klinker wordt daarbij extra












gerekt, terwijl na korte klinker de laatste medeklinker lang aangehouden
wordt:
'ineemineema zwaar (kl. 7), phonetisch ['inecmine:ma]
muzi wortel [muzzi] ila darm [illa]
ndob6 vishaak [ndabb6] ioma trom [jgmma]

3. Combinaties van twee medeklinkerphonemen zijn de verbindingen
van nasaal met stemhebbende occlusief : mb nd (nj) ng. Nj was alleen in -'anj-,
beginnen, te vinden; voor qg zal hier ng gespeld worden. V66r deze nasaalver-
bindingen is een klinker van hetzelfde woord lang, bijv. lu'omb6 veger, phone-
tisch [lu'oomb6], behalve de voorslagklinker (nr 30): ingi 9-1o luipaard,
phonetisch [iggi]; ook het negative element NDA- is kort v66r nasaalverbin-
binding (nr 47).
Elk van de combinaties mb, nd, ng vertegenwoordigt twee structurele
mogelijkheden : m-b en m-h, n-1 en n-t, n-g en n- :
(n-bavu): mbavu ribben ygl. lubavu rib
(n-hete) : mbeti messen 'ahet6 mesje
(n-limi): ndimi tongen ludimi tong
(n-teete): ndeete brandhout luteete spaander
(n-gulu) : ngulu bergen lugulu, berg
(n-'unda) : ngundu dijen lu'undu dij
De phonemen h, t en worden dus na nasaal als b, d en g vertegenwoordigd,
just zoals b, 1 en g, en de nasaal zelf wordt homorganisch met de medeklinker
uitgevoerd.
Twee wooden hadden g-, niet.ng-: ijoma trom en jandu krokodil;
ng- vertegenwoordigt zeker (n-'), ook voor nasaal: lu'omb6, my. ngomb6,
veger; we mogen dus aannemen dat ri- representative is van (n-g) v66r nasaal van
de volgende klankgreep : (n-goma, n-gandit) tegenover ngirni aap (n-'ima)
en ngomb6 vegers (n-'bmbo).
Een nasaal v66r een andere nasaal of een spirans wordt niet vertegenwoor-
digd :
(n-pwine): pwen6 haar vgl. lujweni een haar
(N-mu-ndu): mundti 't is een mens vgl. mv. mbandti
(n-vila 9) : vula regen
(n-singu 9) : singti hals
In het begin van het word hebben we soms -een lange stemhebbende
medeklinker, die misschien phonologisch verschillend is van korte medeklinker,
en daarom hier dubbel geschreven wordt. Het gaat telkens om substantieven
waarvan het prefix niet afzonderlijk gerepresenteerd is : kl. 9-1o (spiranten) en
kl. 5 (spiranten en occlusieven) :
-bbizi 5 blad 33eeloio (lugeelo 11 lied)
zzina 5 (varr. 'zina, zina) naam 33ata Io (lwata ii mat)

4. Eeri-tweede combinatie van phonemen zijn de verbindingen van mede-
klinker met halfklinker y of w, bijv. myola dorpen. De klinker die volgt op'zulke
verbinding, (of op een beginhalfklinker?), is- gewoonlijk lang, behalve op het
woordeinde-:-phonet. [myoola], maar-'-izevwa, -bard, -pioriet. {'Iizsvwa].--












Ook in enkele andere gevallen is een klinker na halfklinker kort, wat dan
zal worden aangeduid door het teken o achter de klinker : bweohe 5 steen;
twao- enz. in alle werkwoordvormen (behalve de aditief, nr 66) waarvan het
kenmerk (van ,,tijd") alleen uit een klinker bestaat, -a-, -o-, -A- (nrs 65, 67, 63,
71, 72, 82).
De halfklinker is in deze verbinding in alle voor analyse vatbare gevallen
de representative van i of u :
(mu-an) : mwana kind
(mu-izi) : mwizi maan
(mi-ola) : myola dorpen
(bi-end) : byende huizen
Phonetisch [mwaana, mwiizi, bycsndc].
Na medeklinker zijn de phoneemverbindingen wo, wu en yi uitgesloten;
(u-o) en (u-u) worden dan ook gerepresenteerd door oo en uu, en (i-i) door ii :
(mu-ola): moola dorp
(tu-uni) : tuuni vogels
(mi-izi): miizi maanden
De opeenvolgingen (a-a) en (a-u) worden vertegenwoordigd door aa en
uu:
(ba-ana): baana kinderen ('a-uni) : 'uuni vogel
Vergelijk ook mooco, oren, als variant van ma'oco.
Voor (a-i) hebben we ee in twee voorbeelden:
(ma-inb): meeno tanden
(ba-ini-) : beeni- ,,die met"
Naast na'izevwa, met een baard, is er ook een vorm ndeezivwa, het is geen
baard (NDA-'i-zevwh), waarschijnlijk als variant van nda'izevwa.
Het is niet helemaal uitgesloten dat twee klinkers onmiddellijk op elkaar
volgen, als variant van een vorm waarin de twee klinkers door '.(of h) geschei-
den zijn:
maoco/mooco/ma'oco 6, oren
'iende/yende 7, huis

5. Eindklinkers zijn kort, behalve in -Joo, weinig, in de telwoorden van
vier tot negen, en in de negative subjunctief (-ai als variant van -angi, nr 83);
-Joo is te vergelijken met -Jogolo klein.
Op het woordeinde komen -e en -o alleen bij stammen met e en o voor. De
eindklinkers -e en -o (structureel niveau) worden alleen na e of o als e en o
gerepresenteerd (phonologisch niveau); elders, na i, a, u, zijn ze niet te onder-
scheiden van -i en -u; zie bij de subjunctief, nr 73, voor -e, en bij de substantief-
afleidingen, nr 29, voor -o. De eindklinker -i echter is ook na o als -i gerepre-
senteerd: mulondozi, spreker; dit suffix brengt een special representative
mee : (1-i) : zi, nr 29.
Elementen met de klinker a (NDA- nr 82, -A- nr 71) worden v66r het-
kenmerk, -- met.klinker ao.vertegenrwoordigd. :...
Zie ook nr 53 voor de vertegenwoordiging van 1, i" en.:u in-iverbale-
suffixen.












6. Kort overzicht van de regels over de klinkerlengte.
I. Structureel-lange klinkers, bijv. (lu-teete): luteete stuck brandhout, zijn niet
zo heel talrijk.
2. Phonologisch is er een tegenstelling kort : lang; lange klinker vertegenwoordigt
ofwel structureel-lange klinker (luteete), ofwel de opeenvolging van twee
klinkers, bijv. (mu-ola): moola dorp. Toch worden sommige klinkerele-
menten samen met een voorafgaande klinker altijd door een korte gerepre-
senteerd (klinkerkenmerk, behalve voor de aditief). De phonologische
tegenstelling kort-lang is onderhevig aan drie beperkingen:
a. op het woordeinde alleen kort (maar oo, -naa...);
b. v66r nasaalverbinding alleen lang (maar NDA- en voorslagklinker...);
c. na halfklinker alleen lang (maar kort op het woordeinde en in enkele
door o aangegeven gevallen).
3. Phonetisch wordt een lange klinker als overlang gerealiseerd in de voorlaatste
klankgreep.

7. De tonemen worden als duidelijk hoorbare tonen gerealiseerd, ook op
het zinseinde. Alleen een hoge toon op lange silbe v66r een lage toon was moei-
lijk te onderscheiden van dalende toon : namiimi/namiimi en ik. Zie nochtans
de vermoedelijke tegenstelling ni'finda, 't is een veld, en niijandu, 't is een
krokodil, nr 46.
Een facultatieve dalende toon op het zinseinde in plaats van een hoge toon
is een intonatiekenmerk van de vraagzin, en geeft uitdrukking aan verwondering
of sarcasme :
ndodindili bi6n66be (/-1), zul je niet op je makers wachten?
g6mani bi6noktizimba (/-A), zie je hoe ik je bedrogen heb?

8. Een determinant is een klankgreep die in principle zelf laag is, maar
gevolgd wordt door een hoge toon op de klinker van het volgende element. In
structurele spelling wordt een determinant aangeduid door een gravis. Voor-
beelden :
tu-bai-vund-ag-ajp-A : tubuv6ndagapa, we mengen
na-ki-ala : nakyMla, met een stoel
Een klankgreep die geen verband houdt met hoge toon, heet neutral.
In twee gevallen zal een determinant niet aangeduid worden :
i. De eind-a van affirmative werkwoordvormen, als die klinker lage toon
heeft (nrs 56, 74, 76, 84).
2. De eindklinker, ook hoge, van alle negative werkwoordvormen (nr 56).

9. Enkele elementen (predicatieve n-, negatief nda-, relatief -a-) worden
gevolgd door een hoge toon op het tweede volgend element; anders uitgedrukt :
ze worden behandeld als werden ze gevold door een determinant. In structurele
spelling wordt zulke predeterminant aangeduid door hoofdletter. Voorbeelden:
NDA-mu-gizi (alsof nda-mi-gizi): ndamugizi, 't is geen stroom
N-'i-tala: ngitila, 't is een mand
N-mu-ola: mo6la, 't is een dorp












10. Bepaalde elementen hebben een vaste hoge toon, in structurele spelling
aangeduid door acutus :
ba-ri: bari, ze zijn (met verdubbeling, nr 16); vgl. tu-ri: turi, we zijn
Elementen met vaste hoge toon zijn :
verbale prefixen van de 3de person, nr 27;
pre-initiale elementen (behalve N- en NDA-) :
in presentatief : 'i-, nrs 49-50;
in narratief: h6-, nr 72;
in volitief: ndi-, nrs 67-68;
de eindklinker van het futurum affirmatief (nr 65), van de affirmative volitief
(nr 67) en van de negative subjunctief (nr 83).

11. De eind-a van de meeste werkwoordvormen heeft een onvaste hoge toon :
laag op het einde van de zin, hoog in het midden; dit verschijnsel (metatonie)
wordt aangegeven door -4i. Voorbeelden :
(tu-li-sah-ul-a'): Tulusahula. We spreken. Maar: tulusahuli kiBangu-
bangu (: 'i-bangit-bangh)
12. De klankgrepen tussen de postradicale en de eindklinker vertonen
toonharmonie met de postradicale en met de eindklinker (behalve in de sub-
junctief en de imperatief); voorbeelden bij de infinitief, nr 84.
SIn de imperatief (nr 76) en in het demonstratief na presentatief (nr 49)
vinden we tooncontrast.
Het belangrijkste toonkenmerk, na de determinant met hoge toon op de
volgende klankgreep, is de toonverdubbeling, die in hoofdzaak hierin bestaat, dat
een beginhoge (of een hoog prefix of infix) of een eindhoge in gunstige omstan-
digheden nog eens door een hoge toon gevolgd wordt.

13. Als een niet-gecontraheerd prefix volgt op een einddeterminant, is niet
alleen dat prefix, maar ook de volgende more hoog, tenzij die more zelf deter-
minant is of het einde van een stamp (al of niet in reduplicatie); een voorprefix in
een woord met drie klankgrepen telt hier als prefix. Voorbeelden:
mu-ti gu-fogolo: muti gtiS6golo, een kleine boom
mu-guzi gu-hindigidi: muguzi gihindigidi, een korte koord
mu-guzi mu-'i-end : ... muguzi miiyende, (leg) de koord in huis (voor-
prefix in trisyllabisch woord)
mu-guzi 'u-mu-tit: ...muguzi 'timttu, (leg) de koord op de as (zelfde
geval)
Geen verdubbeling:
bidi mu-ndu mu-Jogolo: bidi mtindu mujogolo, gelijk een kleine mens
(de volgende more is het einde van de stam -ndu)
mu-guzi gu-la-gu-la: muguzi gdlagula, een lange koord (de tweede more
is het einde van de geredupliceerde stam -la)
bidi mu-lbndo: bidi mtulond6, gelijk een kruik (de volgende more, 16, is
een determinant)
mu-guzi 'u-lu-su'u: ... muguzi 'iilusu'u, leg de koord op het gras (voor-
prefix van een woord met meer dan drie klankgrepen).












14. Als een neutral objectinfix volgt op een determinant, is niet alleen dat
infix, maar ook de volgende more hoog, tenzij die more zelf determinant is.
Voorbeeld :
h6-g6-mu-le'-il-Pa : h6gomtil'ela, hij liet hem gaan
Vergelijk ook:
tu-endu-vund-ag-aji-a : twendivtindagapa, wij zouden mengen (nr 64)

15. Een neutral beginsilbe is hoog onmiddellijk na een hoge eindsilbe:
mu-lbndo mu-'i-end : ...mulond6 miyende, (zet) de kruik in huis
Maar: n-h-ite na-ma-fitmu: mbeti namifumti, messen en lansen na-
is laag na de eindhoge -ti, omdat het zelf determinant is.
De telwoorden van I tot 5 en de woorden voor ,,hoeveel, alle (?), welke"
(nrs 41-43) hebben deze beginverhoging, ook al beginnen ze met een determi-
nant.

16. Na een vaste hoge begintoon (nr o1) is de tweede klankgreep hoog,
zelfs als ze determinant is :
in presentatief met 'i- van substantief en substitutief (nr 49) (maar niet in
werkwoordvormen met 'i-, nr 69);
in de stam -di, zijn, en in werkwoordvormen met determinant kenmerk (-bit-,
-lit- enz., nrs 58-64) na een prefix van de 3de person; niet in futurum of
aditief (nrs 65-66), noch in de affirmative verbo-nominale vorm (nr 88).
Buiten de grondregel van nr 8 zijn er voor determinant nog enkele bijko-
mende representatieregels nodig om de toonverhoudingen voldoende weer te
geven.

17. Een determinant-kern na determinant is laag in werkwoordvormen zonder
pre-initiaal nda- en zonder objectinfix, (maar hoog na determinant object-
infix (nr 54), in negative vormen (met pre-initiaal NDA-, nr 77), en in de
affirmative volitief (met pre-initiaal ndi-, 67-68).

18. Een determinant wordt niet vertegenwoordigd:
i. Op het einde van een zin:
mu-di mu-ma-i/ema : mudi mumeema, jullie zijt in 't water. Vergelijk :
ma-i/emh ga-Joo: meema gai6o, weinig water
Zie evenwel het volgend nummer.
2. V66r vaste hoge toon :
(mu-azi) yu-ami gfi-di (na-lu-fi) : (mwazi) waami gtidi (naltifu),
mijn vrouw is ziek
3. In geval van neutralisatie, nr 22.

19. In.enkele zeldzame gevallen werd een determinant op het einde van de
zin als een stijgende toon opgetekend:
mu-isi: mwisi rook .u-fi-A' : ufwf. sterveni. -
nimA bewerk (imperatief, nr 76)












20. Als een determinant gevolgd wordt door een eind- of begindeterminant,
is die eerste determinant zelf hoog, terwijl de tweede gewoon als laag plus hoog
vertegenwoordigd is. Dit verschijnsel wordt hier, in navolging van E. P. Stappers,
localisatie geheten. Voorbeelden:
bidi -tem-o : bidi tem6, gelijk een bijl (vgl. bidi lu-teete : bidi litiete,
gelijk een stuk brandhout)
mu-guzi gii-a-'u-lu-su'u: muguzi wa'iilusu'u, de koord (van) op het
gras (vgl. muguzi gtihindigidi, een korte koord)
mu-guzi nA-lu-teete : muguzi nalitiete, een koord en een stuk brandhout
NDA-mu-cit (alsof nda-mi-cit): ndamticu, 't is geen hoofd
bi-babh bii-bi: bibaba biibi, deze vleugels.

21. In drie verbindingen wordt een determinant v66r een tweede determinant
gelocaliseerd tot een stijgende toon (ook op korte klinker) :
i. ni- (het is), na- (met, en) en het connectiefprefix (pp-a-) gevolgd door de
begindeterminant van substantieven zonder syllabisch prefix (nul-prefix van
kl. 5, n- prefix van kl. 9-0o) :
ni-tem-o: nitem6, 't is een bijl
na-n-lbb-o : nandob6, met een vishaak
-tima di-a-n-'ima: tima dyAngima, het hart van een aap
2. v66r een einddeterminant:
a. het pronominale prefix v66r -ngi, ander : kl. I yit-ngi : yuingi, een andere,
kl. 2 ba-ngi : bAngi, anderen
b. de klankgreep na N-, het is: N-lu-sit, ndfisu, 't is een dag; N-mu-cu
(alsof n-mu-ci) : miicu, 't is een hoofd
c. een klankgreep met lange klinker na NDA- (het is niet) : NDA-n-gandit
(alsof nda-n-ghndi) : ndaj3Andu, 't is geen krokodil
3. het element -6- v66r -vi- in de eindnarratief (nr 73).

22. Neutralisatie. Een determinant v66r een tweede determinant wordt niet
gelocaliseerd, en zelfs niet vertegenwoordigd, als de voorgaande klankgreep
hoog is (als representative van een vorige determinant). Voorbeelden :
mu-guzi gu-hindigidi:. muguzi gtihindigidi, een korte koord (gewone
representative van de determinant)
mu-guzi gii-a-mu-ani : muguzi wamwina, de koord van het kind (locali-
satie van de determinant)
bidi mu-guzi git-a-mu-ana: bidi mfigtizi wamwana, gelijk de koord van
het kind (neutralisatie van dezelfde determinant)
ni-lit-ciin-A* : nilitciin, ik vrees, maar met beginverhoging: Jiiyigel1
nAdi niluciini, ik ga er niet mee (want) ik vrees...
Zie ook bij de narratief, nr 72.

23. Bepaalde vormen vertonen ofwel gans afwijkende toonregels, ofwel
afwijkende toepassing van de gewone regels. Vooral voor dit laatste geval zou
een voortgezet onderzoek op rijker material belangwekkende regelmatigheden
aan het licht kunnen brengen.












i. Na substantief met 'i- is de determinant van het demonstratief niet vertegen-
woordigd, nr 49.
2. Het element nda- wordt gevolgd door een lage toon op korte klinker in het
volitief praesens, maar door een dalende toon op lange klinker in het volitief
verleden, nrs 67 en 68.
3. De subjunctief en de imperatief hebben eigen toonregels, nrs 74 en 76.
4. In de negative verbo-nominale vorm wordt de determinant van -ni- niet
gerepresenteerd, nr 89.

24. Toonparallelisme. E6n werkwoordvorm, nr 58 (-1i), heeft dezelfde
toonmelodie als andere werkwoordvormen (bijv. -lit- -ai), die nochtans een
determinant-element meer hebben.

25. Een bijzondere representatieregel schijnt te gelden bij klinkercontractie,
tenminste voor substantieven. Dissyllabische medeklinkerstammen behoren tot
drie toontypen, neutraal-neutraal, neutraal-determinant, determinant-neutraal :
mu-nomo : munomo gulagula, een lange lip
mu-sungh : musunga gdilagula, een lang verhaal
mu-hembe: muhembi gilagula, een lange.neus
Klinkerstammen nu hebben enkel neutraal-neutraal en neutraal-determinant :
mu-ola: moola gulegela, een goed dorp
mu-anh: mwana miilegila, een goed kind
Het derde type, determinant-neutraal, is alleen betuigd door mu-azi : mwazi,
vrouw. ,,Toevallig" heeft dat woord in het dialect van Lusangi geen klinkerstam :
mu'azi. Drie stammen, die al naar hun prefix medeklinker- of klinkerstam zijn,
hebben als medeklinkerstam het toonschema determinant-neutraal, maar als
klinkerstam het schema neutraal-determinant; met -Jogolo, klein:
5 yisti difogolo een klein oog
6 meeso gaf6golo mv.
5 yinti dilogolo een kleine tand
6 meeno gaj6golo mv.
10 33ati yiJogolo kleine matten
ii Iwata tI J6golo enk.
We mogen hier wellicht een bijzondere representatieregel opstellen : ,,in sub-
stantiefstammen gaat een te contraheren determinant op de volgende klank-
greep over", wat ons dan als stammen oplevert: -y-ino tand, -y-iso oog,
-3-ata mat. De vorm ma-y-iso zou dus gerepresenteerd zijn alsof hij ma-is6
was, met einddeterminant, terwijl klasse 5, zonder contractie, begindeterminant
heeft. Dit verschijnsel was niet te vinden bij vergelijkbare substantieven als
Iweti ii, mbete io, stam -h-ete, mes (fout genoteerd voor lueti of luhetE ?).

26. Het belang van de tonen blijkt duidelijk uit het bestaan van affirma-
tieve en negative werkwoordvormen die alleen door toon verschillen:
nditwendtifwamifa, we wilden verbergen (nr 68)
nditwendifwimiji, we zouden niet verbergen (nr 81).





















III. -MORPHOLOGIE


27. Er zijn drie soorten van prefixen : nominale (substantief en locatief),
pronominale (connectief, possessief, demonstratief, hoofdtelwoord 1-5, ,,ander,
alle, hoeveel, welke") en verbale; zie nr 35 voor het adjectief. Deze prefixen,
afgezien van hun toon, zijn:


kl. i
2
3
4
5
6
7
8
9-0o
II
12
13
14
16
15-17
i8


NOMINAAL



mu-
ba-
mu-
mi-

ma-
'i-
bi-
n-
lu-
'a-
tu-
bu-
ha-
'u-
mu-


PRO-
NOMINAAL


yu-

gu-
yi-
di-
ga-
-/ki-

yi-

-/ka-



-/ku-


VERBAAL

I. pers. 2. pers.

ni- gu-
tu- mu-


3. pers.


Het streepje duidt aan : dezelfde vorm (klinkers en medeklinkers) als in de vorige
kolom. Volgens sommige noteringen.is het pronominale en verbale prefix in de
klassen 7, 12 en 15-17 eer ki-, ka-, ku- dan 'i-, 'a-, 'u- terwiji de nominale
prefixen in- diezelfde klassen 'i-, 'a-, 'u- zijn. Voor wat de toon betreft: nomi-
nale prefixen zijn neutral, pronominale prefixen zijn determinant (behalve in
het possessief en misschien in -bso alle), verbale prefixen zijn hoog (behalve in
de iste en 2de person, die een neutral prefix hebben).


A. NOMINALE VORMEN

28. Monosyllabische stammen van substantieven bestaan uit medeklinker
en klinker; alleen -bwa 9-10, hond, werd met halfklinker opgetekend, maar een
paar maal ook als -ba, hond; de vorm -bwa is verdacht, en zal wel te wijten
zijn aan invloed van het Swahili-woord mbwa, hond; -bweohe 5, 6, steen, heeft












wel de korte klinker van de monosyllaben, maar heeft een tweede klankgreep
-he; vergelijk ook -pit 5, 6 knie, dial. -noho 5,6 knie, -gi 9-o1 luipaard, dial.
-gehe. Deze stammen zijn neutral of determinant :
-zi 3,4 wortel: mizi yijoo, weinig wortels
-ti 3,4 boom: miti yif6o, weinig bomen
De toontypen van dissyllabische stammen werden in nr 25 besproken.
Ook hier is medeklinker met halfkliriker zeldzaam; zie in de woordenlijst wonder
baard, haar, mond, nek, steen, tabak, zand. Eind-e en -o vinden we alleen na e
of o in de voorlaatste klankgreep (nr 5); vgl. in het bizonder oog en tand. Voor
stammen van meer dan drie klankgrepen, zie handpalm, kip, nek, wenkbrauw. De
stam -uni 12, 13 vogel wordt voor de toon behandeld alsof het prefix met de
volgende klinker maar 66n element uitmaakte; zie nrs 44-47. Van niet-afgeleide
substantieven op mb- nd- ng- n- p-, die alleen in de klasse 9-o1 betuigd zijn,
kan de stam niet met zekerheid opgegeven worden, zolang we geen vormen met
andere prefixen kennen (nr 3) :
mb kan wijzen op h of b
nd kan wijzen op t of 1
ng kan wijzen op of g
q kan wijzen op of g of iq
p kan wijzen op p of klinker

29. Afleidingssuffixen :
-i vormt, in kl. i en 2, nomina agents, met representative van een voorafgaande
1 door z:
mulondozi spreker (-lond-ul- spreken)
mufuzi smid (-fiil- smeden)
-o vormt nomina instrument:
miteg6 4 strikken (-teg- vallen plaatsen)
ndob6 9-10 vishaak (-lbb- hengelen)
-ilo (of -o bij een kern met uitbreiding -il-) vormt nomina loci in kl. 14:
butahilu schepplaats (-tah- scheppen)
bugudilu market (-gul- open)
Vgl. ook lu3eelo 1 zang, met -3a dansen.

30. Monosyllabische stammen, die geen syllabisch prefix hebben (nul-
prefix van kl. 5, nasaalprefix van kl. 9-10), hebben voorop een voorslagklinker
i-: :
-fit buik : 5 'ifu (6 mafu)
-gi luipaard: 9-o1 ingi, 'ingi

31. De substantieven hebben een nominaal prefix, dat tonologisch neutral
is (nr 27). Naast kl. I is er kl. Ia, met nilprefix in het substantief zelf, maar met
dezelfde overeenkomsten als de gewone substantieven van kl. I met prefix mu- :
bali wiyi, haar man. In de kl. 5 hebben medeklinkerstammen nulprefix, terwijl
klinkerstammen met y- beginnen:
5 -firmu: fumdi (6 mafumti) lans
5 -ino: yinti (6 meeno) tand












In de kl. 7 schijnt -tinda, bed, vast ki- te hebben, niet 'i- : kitanda (vgl.
Swahili kitanda, bed).
De klasse 9-o1 heeft een nasaal die volgens nr 3 niet vertegenwoordigd is
voor nasaal of spirans (tenzij misschien door de lengte van de stemhebbende
spirans), en samen met occlusief gerepresenteerd is door mb, nd, ng, 3.

32. Een substantief behoort gewoonlijk tot een of twee klassen; het twee-
klassensysteem, dat in principle het onderscheid tussen enkelvoud en meervoud
aangeeft, is het volgende :
I, 2 mulumbi, balumbA jager(s)
3, 4 mutembo, mitembo lijk(en)
5, 6 'unda, ma'unda veld(en)
7, 8 ibenga, bibenga put(ten), kuil(en)
II, 9-10 lubavu, mbavu rib(ben)
SI, 6 lulavi, malavi ooglid, oogleden
12, 13 'asuuvi, tusuuvi vis(sen)
14, 6 bwatu, maatu prauw(en)
15-17, 6 'ugulu, magulu been, been
Substantieven van klasse 9-o1 behoren niet tot het tweeklassensysteem : er is
geen vormverschil tussen bijv. mbuzi geit en mbuzi geiten, noch in het sub-
stantief, noch in de congruentie; we hebben hier dus een geval van spraakkun-
dige homonymie.
,In de volgende listen worden alle genoteerde substantiefstammen per
tweeklassencategorie aangehaald, telkens met onderverdeling naar aantal
klankgrepen, klinkerlengte en toontype; de bijvoeging van een cijfer bedoelt dat
het substantief slechts in die ene klasse voorkomt, bijv. -isi 3 rook : komt niet in
kl. 4 voor.
Klassen I en 2, met prefixen mu- en ba- :
-ndupersoon: mundu, bandu
-ana kind -hzi vrouw (dial. -'Azi)
-limba jager (-niimi man, zie nr 36)
-Anaana chef:
mwanAina, baanAina -fizi smid
-Bangh-banghi: tudi baBangubangu (bazima), wij zijn (echte) Bangu-
bangu
Klassen 3 (mu-) en 4 (mi-) :
-zi wortel -ti boom
-pu (dial. -nu) vinger -ch hoofd
-ti 3 as
-ola dorp -uma 3 dorst
moolaa, myola) -izi maan(d)
-dilu vuur -isi 3 rook
-bidi lichaam -guzi koord -fiha been(deren)
-gizi river
-nomo lip
-loha 3 bloed












-gongo rug
-samba vlees
-tembo lijk
-heehe wind


- flenge, zand
-S engyi
-tumbii prauw
-sunga verhaal


-16ndo kruik
-hembe neus


Zonder (voldoende) gegevens over de toon :


-isi vijzel, mortier
dial. -dibu strot


dial. -bondo bulk
dial. -humbu wind


Klassen 5 (nulprefix) en 6 (ma-) :


-la darm
-ga 6 dans


-pit knie (dial. -noho)
-fit buik


Deze eensilbige stammen hebben de voorslagklinker in kl. 5: 'ila darm,
'ifu buik, mv. mala, mafu.


-iso oog (yisti, meeso) -ino tand (yindi, meeno)
meema (gaf6o) (weinig) water : (-i/emA)
-bweohe steen -'ocb oor -zi
-luvu 6 palmwijn -fu'i 5 haar -fi
-'unda veld -zild weg -th
-fwangu 5 tabak -jani 6; 13 olie -te
-heehe schouder -lungh 6 ruggegraat -bi
(vgl. ,,wind") -ti


-ta
yit
-'a
-b


-fifiinu wenkbrauw:
fifiinu, mafifiinu
Zonder gegevens over toon:


-'uma knoop (in koord)
dial. -noho knie

Klassen 7 ('i-) en 8 (bi-) :
-ndu ding
-ala stoel

-mu'a vrucht
-saba kalebas
-tala korf
-benga kuil
-gazagaza handpalm


na naam
imu speer
ima wang
:mo bijl
izi blad
ma hart
ibi tak
ba 5 zon (dial. 5, 6)
nga parelhoen
ele borst


-sina stam, onderste deel


-ondb seintrom
-ende huis
-zevwa baard
(dial. -zevu 11/7)
-baba vleugel


-seba huid
-tinda bed


Zonder toongegevens : -pu stamper, dial. -tangi korf, dial. -neene kuil


Klasse 9-io (n-):
ingi luipaard (-gi)
jiama dier (-(j)ama)
zuvu olifant (-zuvu)
rjoma trom (-goma)


imb(w)a hond (-b(w)a)
po'a slang (-(p)6'a)
vula regen (-vila)
ngimA aap (-'ima)












ndambu leeuw
(-tambu)
zog616 kip (-zbgblo)
Dial. -gehe luipaard


ngandu krokodil
(-gandir)


ngafi roeispaan (-'hfi)
ndob6 vishaak (-lbb-o)
mbali voorhoofd(-hMla)
mbuzi geit (-bitzi)
singt hals (-singu)
ndunda borst (-tinda)


Klassen ii (lu-) en 9-io (n-):
-3-ata (Iwata, 33ati) mat (nr 25)
-gulu berg
-bavu rib
-su'u II gras
-3eelo lied -'undit dij
-teete brandhout


Klassen ii (lu-) en 6 (ma-):
-ssi dag

Klassen 12 ('a-) en 13 (tu-):

-uni vogel (nr 28)

Klassen 14 (bu-) en 6 (ma-):


-saaya kin


-'asu hak
-dimi tong
-h-ete mes
-pwene haar
-'6mbo veger


-lavi ooglid


-lI 13 slaap
-hete mes(je)
-siitvi vis


-atit prauw -aha oksel -fit'u 14 nacht
Zonder tonen genoteerd : -ya goedheid; -seese vriendschap

Klassen 15-17 ('u-) en 6 (ma-):
-apwa (dial. -'apu) mond
-gulu been -bb'o arm
Over het woord 'iibi deur is het niet mogelijk de klasse nauwkeurig aan te
geven.

33. Een substantief kan voorafgegaan worden door een voorprefix van
kl. 15-17 ('u-) of 18 (mu-) met neutral toon; het geheel, een locatief, geeft
o.m. een plaatselijke verhouding aan :
'ulusu'u, op het gras (lu-su'u, gras)
mumutumbu, in de prauw (mu-tumbit, prauw)
Na een determinant is volgens nr 13 alleen het voorprefix hoog, zonder
verdubbeling :
...mutu 'imujengya, (strooi) de as op het zand (mu-tit 'u-mu-fengyA);
maar in een driesilbige locatief wordt een voorprefix als een prefix behandeld,
zodat de hoge toon van het prefix verdubbeld wordt op de volgende neutral:
(bii'a) mtifengya 'timtitu, (strooi) het zand op de as
...muSengya 'tii6ma, ...het zand op de trom ('u-n-goma)
... mujengya mtiyubi, ... het zand in de zon (mu--yitba)
de voorlaatste klankgreep draagt hier niet de toonverdubbeling, vermits ze
zelf determinant is.












Van een voorprefix in kl. 16 heb ik geen voorbeeld, tenzij een vorm die
heel waarschijnlijk geisoleerd is, gelijk heegulu, boven (,,berg" is lugulu,
my. ngulu); wel zijn er veel voorbeelden van pronominale woorden in kl. 16
ha-, met een onrechtstreekse aanwijzing dat ze na demonstratief verkregen
werden, niet na locatief; maar ik heb niet aangetekend of mijn zegsman een vorm
als halusu'u weigerde.
De teksten geven twee voorbeelden van 18 mu- onmiddellijk v66r de stam
van een substantief (niet als voorprefix) :
mwapwa in de mond (subst. : 15 kwapwa, 6 maapwa)
mwitu (gevolgd door verhoging) in het bos (dit onderstelt als substantief-
stam -itit).
Tijdgebrek heeft me verhinderd de constructiemogelijkheden van de loca-
tieven na te gaan. De tekst geeft er drie:
overeenkomst met het substantief:
musini dyamtiti, wonder de boom (5 -sina stam)
overeenkomst met het prefix 18 (hier geen voorprefix):
mwapwa mwamimba, in de muil van de krokodil
geen overeenkomst:
heegulu kwamtiti, boven in/op de boom

34. Het element -ini- komt voor tussen een prefix en een substantief.
Het prefix is voor kl. i mu-, kl. 2 ba-; andere klassen waren niet te verkrijgen,
zodat we niet kunnen uitmaken of die prefixen te vergelijken zijn met die van de
substantieven of met die van de adjectieven. Het geheel (complex substantief)
duidt een bezitter, in ruime zin, aan. Voorbeelden :
mwiniqt6ma, die met de trom (mu-ini-n-goma)
beenimibweohe, die met hun stenen (ba-ini-ma-bweohe, verdubbeling
naar nr 13)
mwinitem6, de man met de bijl (mu-ini--tem-o, localisatie, nr 20)
Met possessief-stam na -ini- : been66b6, jouw gezellen.
Een ander soort complex komt voor in de tekst: muti gtibwangima, de
boom met de (verblijfplaats van de) aap, ,,mti mwenyi kwa makako" (mu-ti
gu-bwA-n-'ima, met neutralisatie, nr 22; na lichte pause : ....gubwingimi,
alleen localisatie, nr 20). Hier hebben we het element -bwa- tussen prefix en
substantief, maar we weten niet of dit prefix vergelijkbaar is met dat van de
adjectieven of met dat van de pronominale woorden.

35. De adjectieven hebben een gemengd prefix: nominaal in kl. I (mu-),
pronominaal in de andere klassen (kl. 3 gu-, 4 yi-, 5 di- enz.). De adjectief-
stammen zijn :
-la- -la lang -hya, -hyh- -hya nieuw
oo weinig
-Jogolo klein
-zima geheel, echt -bisi onrijp
-nunu oud (personen)












-hindigidi kort
-atagadi groot


-legela goed
NDA- -legela slecht
-n-emaneema zwaar
-hilaheela licht
-iluulu oud (dingen)


Voor de meeste van deze stammen is nog na te gaan of hun eindklinker neutral
of determinant is. Voorbeelden :
lubavu lulalula, een lange rib (-bavu)
musunga gtilagula, een lang verhaal (-sungh)
zina diladila, een lange naam (-zina)
lu3eelo luhya lijl6golo, een nieuw liedje (-3eelo)
bwatu gfthya gtiS6golo, een kleine nieuwe prauw (-ath)
mugongo guzima, de hele rug (-gongo)
muguzi gtizima, de hele koord (-guzi)
'asuuvi 'azima, de hele vis (-sihivi)
'imua 'ilegl1a, een goede vrucht (-mu'a)
mwana milegela, een goed kind (-ana; geen verdubbeling, vermits le
determinant is)
zina dilegela, een goede naam
'imu'a ndailgila, een slechte vrucht
mwana ndamuligela, een stout kind
zina ndidilkgila, een ongeluksnaam
kasuuvi kAatagadi, een grote vis
Een adjectief kan niet zonder meer predicatief gebruikt worden; daartoe
is een index (nr 44) nodig.


B. PRONOMINALE VORMEN

36. Een connectief bestaat uit een pronominaal prefix, het element -a-,
en een substantief of locatief. De eerste klankgreep is determinant, maar het is
voorlopig moeilijk uit te maken welk element daarin determinant is, het prefix
of -a-. In de klassen i en 3 is het prefix (I yu-, 3 gu-) samen met -a- vertegen-
woordigd door wa-. Prefix en -a- zijn samen door een lange klankgreep gere-
presenteerd in alle klassen (nr 4), maar v66r eigennaam noteerde ik alleen korte
klinker. Het connectiefprefix is dus voor de verschillende klassen: I wa-,
2 baa-, 3 wa-, 4 ya-, 5 dya-, 6 gaa-, 7 kya-, 8 bya-, 9-o1 ya-, ii Iwa-,
12 kaa-, 13 twa-, 14 bwa-, 1.6 ha-, 15-17 kwa-, 18 mwa-.
Het connectief heeft een betekenis van ,,bijbehoren", wat ook ,,bezit" en
,,bestemming" omvat :
mwana wamwazi (mu-ani yi-a-mu-azi), het kind van de vrouw (met
localisatie van de einddeterminant)
baana baamwAzi, de kinderen van de vrouw
muazi waoLtibumbi, de vrouw van Lubumbd
butahilu bwamiema (bu-thh-il-o bit--ma-ima), waterschepplaats
timi dyAngimi, het hart van een aap (-tima di-a-n-'ima, localisatie tot
stijgend, nr 2I)
zie ook IS-I7 kwamtiti en 18 mwamimba in nr 33












De klassen 16 en 15-17 waren door opvragen alleen te verkrijgen met
persoonsnaam :
(hiihi) haLfibumbi, (daar) bij Lubumbd
kwaomwiniina, bij de chef
In sprookjes tellen de dieren als personen:
kwaondambu, bij de leeuw
kwao'ingi, bij de luipaard
Een locatief na -a- geeft aan het connectief een betekenis van ,,plaatselijk
bijbehoren" :
beebe gtidi wamtimiema, jij bent van (in) 't water (met verdubbeling
naar nr 13)
'isaba kya'tilusu'u, de kalebas (van) op het gras
mulond6 wamtimabizi, de kruik (die) in blaren (gewikkeld is)
Een connectief met de elders niet-genoteerde vorm -diba heeft de betekenis
,,veel" :
bisaba byadiba, veel kalebassen
ndob6 yadiba, veel vishaken
meema gadiba, veel water (localisatie van de einddeterminant van -ima)
Een eigenaardige wending is een connectief van adjectief na een persoonlijk
voornaamwoord, met predicatieve waarde:
'iyi wamwatagadi, hij (is immers) groot (de grootste)
De connectief I wamtinumi, 2 baabanumi, man(nen), heeft een bestand-
deel dat terug te vinden is in mugela mtinumi, rechterkant; vgl. mugela
mwazi, linkerkant.

37. Het substitutief was in de 3de person alleen voor de iste klasse te
verkrijgen :
miimi ik, mij beebe jij, jou 'iyi hij, zij...
baacit wij, ons baanit jullie
miimi mwAonim6ningA lielo kwamwan ina, mij zul je vandaag bij de
chef zien; na lichte pauze: mwaOnim6nangA, wat einddeterminant
bewijst voor miimi; de andere vormen leverden hetzelfde resultaat op;
grifidta bidi beibe, hij doet zoals jij (bidi gelijk)
'iyi wamwitagadi, hij was immers de grootste (localisatie)
In de Iste klasse gaf de zegsman gemakkelijker het demonstratief yoowA; in de
andere klassen was dit de enige vorm : 2 baaba enz.

38. De stam van de possessieven begint met een klinker; de klassen 2 tot
14 (18 ?) hebben -a-, gevolgd door een element dat gelijk is aan het pronominale
prefix, en een eindklinker -it (maar -i als het prefix de klinker i heeft); de
andere vormen herinneren aan het substitutief. De eerste klankgreep is lang:
-ami mijn -obe jouw i -ayi zijn
-icit onze -inu jullie 2 -abit hun
5 -ari, 6 -agit, 9-10 -ayi, ii -alit, 12 -akit enz.












'isaba kyayi 'iS6golo, zijn kleine kalebas (-saba)
'asaaya kAami 'AS6golo, mijn kleine kin (-saayh)
'ubo'6 k6obe 'liJ6golo, je kleine arm
'isaba kiicu, kiinu, onze, jullie kalebas
Een zelfstandige possessief van kl. 17 duidt de woonplaats aan :
h6goweina atee'iJf mA'angA kwayi, hij going de parelhoenders laten gereed-
maken bij hem this
De possessiefstam, niet het substitutief, wordt verbonden met na-, nr 45.

39. Er zijn in hoofdzaak twee rijen demonstratieven; alleen in de klassen 16,
17 en 18 zijn er meer onderscheidingen. De eerste rij, ,,deze", heeft tweemaal het
pronominale prefix, waarbij het eerste lang en determinant is; kl. i heeft eerst
yu-, dan -gu; prefixen met hebben eerst k, dan '; deze rij ontbreekt voor
klassen 16 en 17, die hier een vorm met -nu of -ni hebben. De tweede rij, ,,die",
heeft tussen de twee prefixen een lange determinantklinker, met timbre e, a
of o, al naar het prefix i, a of u heeft, en achteraan de klinker -a; voor grotere
verwijdering wordt de klinker overlang uitgesproken, terwijl de klassen 16, 17
en 18 dan dubbele hoge toon hebben. De vormen zijn dus :
eerste rij : I yugt, 2 baabi, 3 guugt, 4 yiyi, 5 liidi (riiri), 6 gaaga, 7 kii'i,
8 biibi, 9-o1 yiyi, ii luult, 12 kaa'i, 13 tuutt, 14 buubti, 15 kuu'i,
18 muumti (hierin)
16 hanu (hier), 17 kiini (hierheen)
tweede rij : I yowa, 2 baabi, 3 goowa, 4 yeyi, 5 lyelyi, 7 kye'yi, 8 beebya
(jongeren : byebya), 9-o1 yeya, I loolwA, 12 kaa'a, 13 tootwA, 14 boobwi,
15 koo'wa, 16 haahi, 17 koo'wa, 18 moomwa,
16 hiihi (ginder ver), 17 k66wi, 18 m66mwa
Er is geen verschil tussen de twee rijen in de klassen waarvan het prefix de klin-
ker a heeft (kl. 2, 6, 12).
Het demonstratief kan het substantief voorafgaan of volgen, of ook zelf-
standig als substitutief gebruikt worden :
baaba bindu, bandu baaba, die mensen (-ndu)
luulti 16teete, luteete luuld, dit stuk brandhout (-teete)
googwa mtiguzi, muguzi googwA (localisatie), die koord (-guzi)
tinga mtigtizi guugti m6'unda (neutralisatie), werp deze koord in het veld
luult li'omb6, lu'omb6 luulfi, deze veger (-'bmb-o)
Een eenvoudiger vorm is mogelijk v66r substantief:
baabAndu (naast baabA bindu), deze mensen
biibisaba (naast biibi bisaba), deze kalebassen
beebisaba (naast beebya bisaba), die kalebassen
In de tekst komt een langere vorm voor, met de betekenis ,,dezelfde":
kl. 8 byabiibi.
Een voor- of nagevoegd demonstratief kan predicatieve waarde geven:
babidi baabi, ze zijn met twee
gaagA mayide, dat is een list












Presentatieve betekenis krijgen de demonstratieven na k66'o (demonstra-
tief van klasse 17 ?):
k66'o kii'i, hier is het (het boek), my. k66'o biibi.

40. V66r de stam -ngi, ander, wordt de determinant van het pronominale
prefix als stijgend gelocaliseerd :
mundu yiingi, iemand anders
mugizi gfingi, een andere river (-gizi)
bwatd biingi, een andeie boot (bu-atit bit-ngi, met localisatie van -tit)
milond6 yingi, andere kruiken (mi-16ndo yi-ngi)
liingi liisfi gjndu h6golooz6' mimeema, 's anderendaags kwam de kroko-
dil uit het water (lit-ngi lu-si... ; opvallende hoge toon op -sfi)
De nog te behandelen woorden met pronominaal prefix de telwoorden en
de woorden voor ,,alle, hoeveel, welke" hebben dit gemeen, dat hun prefix,
alhoewel determinant, een vorige determinant niet localiseert, maar na die deter-
minant zelf als hoog vertegenwoordigd is.

41. De stammen van de eerste vijf hoofdtelwoorden zijn:
.-mit een
-bidi twee (-bidi?)
-situ drie (-satu ?)
-nta (-naa?) vier
-taanoo (-taanoo?) viff
De stam -mit heeft een dubbel prefix, waarvan alleen het eerste determi-
nant is :
lugulu luliimu, den berg (-gulu)
'ibaba kikimu, den vleugel (-babA)
lu'omb6 Itilimu, edn veger (-'bmbo)
... mundu yugfimu m mitriema, ... dn mens in het water
16 hahimu samen (met opvallende hoge begintoon)
17 kfktikmu, ginder samen (?)
18 biri mdmtimu, ze zijn even groot van gestalte
In de tekst komt nog him6nga, samen, voor.
De andere vormen hebben geen einddeterminant; over de eerste more
van de stam zijn twee opvattingen mogelijk : ofwel is ze determinant, gevolgd
door hoge op de tweede more, ofwel is ze neutral, gevolgd door een ongewone
verdubbeling op de eindsilbe (dit slaat vooral op -bidi en -satu) :.
...bandu babidi (basitfi, banAi) mfimeema, ...twee (drie, vier) mensen
in 't water
... baidu batianoo mumeema, .. vijf mensen in 't water
Ook hier is er geen localisatie van een vorige determinant:
bibaba bibidi (bistti, binai, bitainoo), twee (drie, vier, vijf) vleugels
(-babh)

42. Het woord voor ,,alle" heeft de stam -oso; de tweede en derde more
van het woord zijn altijd hoog; een voorafgaande determinant Wordt niet gelo-












caliseerd; de eerste more was volgens sommige niet al te zekere noteringen laag
na neutral lage eindklinker:
bisaba by6s6/by6s6, alle kalebassen (-saba)
miguzi y6s6, alle koorden (-guzi)
Hoe de stam structureel te schrijven is niet zonder meer duidelijk : -oso, -b.so,
-6so ?

43. De stam -ni, welke, heeft een hoge toon na de determinant van het
pronominale prefix :
lubavu luni? welke rib ? (lu-bavu lu-ni)
lu'undu Idni ? welke dij ? (-'undO)
lu'omb6 lini? welke veger? (-'bmb-o)
16 mudi hani ? waar zijn jullie ? badi hani ? waar zijn ze?
17 'uni? waarheen ? 18 muni ? waarin ?
Dezelfde toonmelodie vinden we bij de stam -nga, hoeveel (niet opgete-
kend na einddeterminant):
rjoma yinga ? hoeveel trommels?
bitanda bingi ? hoeveel bedden ?


C. INDEXVORMEN

44. Nominale en pronominale vormen kunnen worden voorafgegaan door
elementen die met het klassenstelsel niets te doen hebben, en die we hier indices
zullen noemen. Het zijn : na- en, met, ook; N- (ni-) het is; NDA- het is niet,
het is geen; 'i- ziehier. Bij het gebruik van deze vormen worden de gewone
representatieregels toegepast, behalve voor -uni vogel (12 'uuni, 13 tuuni),
dat behandeld wordt als vormden prefix en eerste stamklinker maar 66n element.

45. Voorbeelden van na- met verdubbeling op de eerste neutral stam-
silbe na hoog prefix (nr 13):
naldtiete met een stuk brandhout (-teete)
namdigdzi met een koord (-guzi)
namibwehe met stenen (-bweohe)
De verdubbeling blijft regelmatig uit:
i. als er geen syllabisch prefix is dat de eerste hoge toon kan dragen:
nabw6ohe, met een steen (5 -bwehe, nul-prefix)
nakyala, met een stoel (7 -ala, gecontraheerd prefix)
nangiindu, en de dijen (o1 -'undii, nasaal-prefix)
na'imbwa, ook een hond (9-10 -bwa, voorslagklinker en nasaalprefix)
2. als op het hoge prefix een eindsilbe volgt:
namtindu, met iemand (i -ndu)
namiicu, ook het hoofd (3 -ci)
3. als op het hoge prefix een determinant volgt:
namtilond6, met een kruik (3 -londo)












Onmiddellijk v66r determinant wordt de begindeterminant nA- gelocali-
seerd tot stijgend (nr 20):
nAtem6, met een bijl (5 -tem-o)
nandob6, met een vishaak (9-10 -lbb-o)

46. De index N- (gevolgd door een hoge toon op het tweede volgend
element), het is, heeft een nevenvorm ni-, gebruikt met naamwoorden van kl. 5 en
9-1o. N- wordt als medeklinker niet gerepresenteerd voor nasaal of spirans, en
wordt homorganisch uitgevoerd v66r occlusief, die altijd als stemhebbend
vertegenwoordigd is: mb-, nd-, ng (nr 3). Gewone vertegenwoordiging:
N-ba-ndu (alsof m-ba-ndu): mbandti (baJogolo), het zijn (kleine) mensen
N-mu-ndu: mundi, 't is een mens
N-'i-ala : ngyAla, 't is een stoel
N-lu-dimi: ndudimi, 't is een tong
N-mu-ola: mo6la, 't is een dorp
Hier hebben we geen verdubbeling, vermits de hoge toon niet op het prefix
valt :
mbal6ndozi, het zijn sprekers
Het woord voor ,,vogel" maakt een uitzondering uit: N-'a-uni: nguuni
(niet ngudni).
Alleen voor einddeterminant is er localisatie, en wel tot stijgend (nr 21):
N-lu-sit : ndiisu, 't is een dag
Substantieven zonder syllabisch prefix (kl. 5 en 9-o1), met ni-, volgen de
gewone regels :
ni'ila, 't is de darm (5 -la)
ni'ifu, 't is de buik (5 -fit)
nibweOhe, 't is een steen (5 -bweohe)
ni'ingi, 't is een luipaard (9-10 -gi)
niij6ma, 't is een trom (9-o1 -goma)
ni'Anda, 't is een veld (5 -unda)
niqjindu, 't is een krokodil (9-10 -gandit)
De laatste twee voorbeelden schijnen aan te tonen dat op een klinker met nasaal-
verbinding de toon hoog is voor neutral eindsilbe, maar dalend voor deter-
minant.
Onmiddellijk v66r determinant wordt ni- gelocaliseerd tot stijgend (nr 21):
nibeed6, 't is een borst (5 -bNede)
nisingti, 't is de hals (9-1o -singu)
nimbuzi, 't is een geit (9-o1 -bitzi)

47. De index NDA- (gevolgd door een hoge toon op het tweede volgend
element), het is niet, het is geen, heeft in principle dezelfde toonregels als N-;
hier zal dus de 3de klankgreep een hoge toon hebben :
ndabal6ndozi, het zijn geen sprekers
ndatem6, 't is geen bijl (de twee determinanten vallen samen)
nda'ub6'6, 't is geen arm (geen localisatie, vermits er geen begin- noch eind-
determinant is)
nda'ingi, het is geen luipaard












De derde klankgreep heeft dalende toon v66r einddeterminant:
ndamalinga, 't is geen ruggegraat (6 -lungi; vgl. ndamul6ndozi)
Klinkerstammen hebben regelmatig op de tweede klankgreep een stijgende toon :
ndamo6la, 't is geen dorp, mv. ndamy6la (3, 4 -ola)
Alleen bij -uni, vogel, worden prefix en eerste stamklinker als 66n element
behandeld :
nda'uuni, 't is geen vogel, mv. ndatuuni
V66r einddeterminant wordt de determinant na NDA- gelocaliseerd tot stijgend
als de klinker lang is :
ndaraindu, 't is geen krokodil (-gandit);
maar korte klinker heeft gewone localisatie:
ndamiicu, 't is geen hoofd (3 -cit)
nda'imba, 't is geen hond (9-10 -b(w)a)
De klinker van NDA- is kort v66r nasaalverbinding, en wordt dus op dit
stuk behandeld als een eindklinker:
ndambuzi, 't is geen geit

48. De toepassing van de gewone regels geeft aanleiding tot verwonderlijke
tegenstellingen :
nibeedi, het is een borst, my. mabeidd
ndabeel, het is geen borst, my. ndamab&kl
nibweohe, het is een steen, my. mabweohe
nduet6, het is een mes, my. nimbet6
ndalufti, het is geen mes, my. ndambetW
ndudimi, het is een tong, m. nindimi
ndaludimi, het is geen tong, my. ndandimi

49. De index 'i- vormt met substantieven een presentatief; de vaste hoge
toon van 'i- wordt verdubbeld op de volgende klankgreep. Op het presentatief
kan een demonstratief volgen, dat dan special tonen heeft : de eerste klankgreep
is niet determinant, de tweede heeft tooncontrast tegenover de eerste:
'iisaba, ziehier een kalebas (7 -saba), mv. 'ibisaba (biibi)
'ildteete (luuld), ziehier een stuk brandhout (-teete)
'ind~ite (yiiyi), hier is brandhout
'i'tnda lyelyA, ziedaar een veld (5 -'unda)
'i'izevwa (kii'i), ziehier de baard (7 -zevwa)
'i'ibo'6 (kiit'u), ziehier (mijn) arm (-bb'o)

50. De index-vormen van het persoonlijk voornaamwoord worden hier
kort aangegeven. Op te merken valt, dat al deze vormen, behalve die met 'i-,
de possessiefstam bevatten, niet het persoonlijk voornaamwoord. Met nh-, en,
met :
naami met mij noobe met jou i nayi met hem, haar
niicit met ons niinit met jullie 2 nabit met hen












vegeya naami milusu'u, kom met mij in de broes
mudi niicu mimrema, jullie zijt met ons in het water
bidi niicu miimema, ze zijn met ons in het water
Ook namiimi, en ik, na'iyi, en hij, enz. is mogelijk.
In de tekst komen gedeeltelijk verschillende vormen voor, met onzekerheid
over toon en klinkerlengte :
ingi neiye mwazi waayi h6gom6ikandila, de luipaard nu, zijn vrouw hield
hem tegen
kl. 5 : nifweva naidi,- ik zou er mee gekomen zijn, maar : iiyegela nidi,
ik ga er niet mee
kl. ii ..nialu
Met N- (ni-) het is:
paami ik ben het poobi jij bent het niiyi (niiyi?)
mbaicu wij zijn het mbaanu jullie z. h. mbaaba zij zijn het
MbaAcu en mbainu onderstellen drie elementen: N-ba-aci, terwijl paami
enz. slechts twee elementen postuleren : N-aami.
Na NDA-, het is niet, is de affirmative index N- aanwezig in de Iste en
ade pers. enk.:
ndapaami ik ben het niet ndapoob6 ndeeye
ndabaAcu ndabaAnu ndeebo
Met 'i-, kijk, ziehier :
'imiimi 'ibeebe 'iyoowa kijk, daar is hij
'ibAacu 'ibaanu 'ibaaba my.


D. WERKWOORD

51. Werkwoordkernen behoren tot het type CV (-lu- vechten) of CVC
(kort: -gul- open; lang: -zii'- begraven), dit laatste met twee ondertypen
zonder tegenstelling kort/lang: CVCC (-temb- snijden) en CVVC (-swan-
scheuren). Het type VC schijnt niet voor te komen.
Als beginphoneem kan elke medeklinker, ook y en w, voorkomen, behalve
p en i; de verbindingen vw, fw, cw, sw leveren het ondertype CVVC op. Op
het einde van de kernen CVC verschijnen niet : w, p, p, f, maar wel de verbin-
dingen mb, nd, (nj), ng, eigen aan het ondertype CVCC. Het type CV heeft
geen syllabische klinker: a wordt geelideerd, i en u zijn vertegenwoordigd als
y en w. Een eigenaardige klinkeralternatie komt voor in -ylizil- sluiten,
-ytitizulul- openen.

52. In de volgende listen werden alle opgetekende kernen opgenomen, ook
die met onscheidbare uitbreiding, of die met een uitbreiding die niet op ground
van het verzamelde material afscheidbaar was.
Voor de kernen CV is het niet mogelijk geweest de toon vast te stellen:
-di- eten (uddyA)
-ha- geven
-ta- slaan,- doen, (werpen?)













-h(u)- eindigen
-fu- sterven (tifwa, ufwA)
-lu- vechten
-jlu- regenen; drinken
-cu- stampen (in een vijzel)
Kernen CVC met korte klinker:
i -dil- wenen
-nim- bewerken
-bil- koken
-zibul- dragen
-fi'- aankomen

e -seh- lachen
-men- kiemen, uitkomen
-le'- laten
-teb-e'- rechtzetten
-vegey- komen
a -ham- groeien
-hag- doden
-gab(ul)- verdelen
-samun- kunnen
-nam-at- kleven
-yatil- verpletteren
-sahul- spreken
-galu'- terugkomen
o -som- lezen
-lol- verzorgen, kijken naar
-bob- gaar worden
-soso'- verborgen zijn
-sosol- ontdekken, openbaren
-sobol- kiezen



u -gul- open
-bul- trekken
-vub- bouwen, werken
-ful- graven
-vugul- koken

-hilmun- bestrooien
-titmik- werken
-thbul- doorboren
Kernen met nasaalverbinding (CV
i -dindil- wachten (op)
e -temb- doorsnijden
-yeng- bouwen
-teng- schudden
-semb- dansen


-kil- passeren
-yib- stelen
-zim- uitgaan (vuur)
-sim-at- vastzitten
-yigul- rechtzetten
-zizimin- verloren gaan
-keb- zoeken
-teg- een val zetten
-telege3- horen


-sam- laten
-sal- dalen
-l1s- broken
-thh- (water) scheppen
-kay- schelden
-yab- kermen, blaten
-tagan- roepen
-man- zien (teksten)
-bby- zeggen
-y6g- baden, zwemmen
-ybgej- wassen
-S6n- naaien
-mbn- zien (teksten: -man-)
-6lb- hengelen
-gbgol- twisten
-hbn- vallen
-tbgom- zitten
-tug- vissen (met net)
-fil- smeden, (kleren) wassen
-vbg- roeien
-fitm- buitengaan, -komen
-yitl- vol open
-kil- groeien
-tihm- zenden
-sum- bijten
-bigul- nemen; (vrouw) nemen, trouwen
'CC) :
-yimb- zingen












a -pang- rotten
-'anj- beginnen
-hand- scheuren
-gang- binden
o -mong- rijpen
-lond- volgen
-londol- spreken
-hongel- spreken
u -tumb- wassen (gerei)
-lung- antwoorden
-vundagap- mengen


Kernen met halfklinker (CVVC) :


-swan- scheuren


Kernen met lange klinker:

-zii'- begraven


-ween- gaan
- Jeen- naderen





-gooy- samen- en oprapen


-band- klimmen
-k~ndil- verbieden, beletten
-tAmbu'- springen (verte)

-g3nd- lopen
-tbndol- oprapen


-ving- plooien, buigen
-khmb- volgen
-humb- stoten; uitgieten
-tindul- trouwen (hij...)



-cwel- binnengaan, -komen
-fwAm- verbergen
-cwhl- (op het hoofd) dragen
-vwAl- (kleren) dragen
(-'wit- ? nemen)


-ciin- vrezen
-fii'- verpletteren, platslaan
-bii'- zetten, leggen
-yiizil- sluiten
-te'- (eten) koken
-bel- ziek zijn
-laal- liggen
-waht- nemen, houden (-'wat-)
-hah3- vragen (om te krijgen)
-ta~A- werpen
-ba3- opheffen
-k663- oprapen
-lbbzo'- buitengaan, -komen
-khiit- ontnemen, ontrukken
-biti'- wakker worden
-fuih'- genezen (intr.)
-yuhfzulul- openen


Eigenaardig zijn :

-yhu3- vragen (om te weten), met noemvorm 'uyuti3a (niet*'uyuu3a; is
dit -yit(i)l-ul-i- ?)
-hiul- hier uitgieten, noemvorm 'uhutla; vergelijk -hial daar uitgieten,
noemvorm 'uhuula.

Zonder toon opgenomen:
-zing- (koorden) vlechten -yul- opzwellen












53. In afgeleide werkwoordstammen werden de volgende suffixen opge-
tekend :
-il- (-in-) applicatief
-if- (-el-) en -i- causatief
-ibw- passief
-ul- (-un-) reversief transitief
-u'- reversief intransitief (-ulul-)
-i'- actief
-am- statief (-at-)
-ag-an- wederzijds (-igeen-, -aneen-)
In suffixen met i en met u is de klinker vertegenwoordigd door e en o na
een e of o in de vorige klankgreep; suffixen met 1 zijn vertegenwoordigd met n
onmiddellijk na m of n; de opeenvolging -ul-il- is vertegenwoordigd door
-wil- (met lange klinker):
'usahula zeggen; applicatief:
'usahwila zeggen tegen iemand ('u-sah-ul-il-a*)
Applicatief -il- :
'ucwadila dragen voor; 'ucwala (op het hoofd) dragen
'ule'ela overlaten; 'ule'a laten
'uvundagapina mengen voor; 'uvundagajpa mengen
Vgl. ook uzizimina verloren raken met uzima uitgaan (vuur).
Causatief -iJ- :
'ucwadiSa doen dragen
'ufumija doen buiten gaan; ufuma buitengaan
'ubandifa doen stijgen; ubandi stijgen
'unimifa doen bewerken; 'unima bewerken
'usadifa doen afstijgen; 'usala dalen
'uyogdSa wassen; 'uyoga baden
met vervanging van uitbreidingen door suffixen, of met suffix -i-:
'ucwe3g binnenleiden; ucwelA binnengaan
ulo6Ja buitenleiden; ulooz6'a buitengaan
'uvu3a laten koken; uvugula koken
Passief -ibu- :
'utumibwa gezonden worden; utumi zenden
Reversief transitief -ul-; als secondair suffix:
ugangula losmaken; uganga binden
'uyuuziildla openen; (uyiizila sluiten)
'ugabula uitdelen; ugaba verdelen
als primair suffix:
usimtina uitnemen wat vastzat; usimata vastzitten
unamuna losmaken wat kleefde; unamata kleven












Afwijkend is : 'uhuiila hier (uit)gieten, imperatief hduila, tegenover 'uhuul1
daar (uit)gieten, imperatief hiitil. Het betekenisonderscheid, door de zegsman
opgegeven als ,,mimia huku" tegenover ,,mimia kule", is niet al te zeker. De
vorm 'uhutila ziet er uit als ('u-hiiil-ul-a*), terwijl 'uhuuli eerder
('u-hititl-ai) suggereert.
Reversief intransitief -u'-; secondair:
'ugangu'a, losgaan; 'uma dy6gangu'a, de knoop gaat los
primair :
unamu'a loskomen (iets dat kleefde); unamata kleven
Actief -i'-, primair:
'utebe'a rechtzetten; 'utebama rechtstaan
'uyegi'a doen leunen; 'uyegama leunen
usimi'a vaststeken; usimita vastzitten
'unami'a doen kleven; unamata kleven
Statief -am-, primair : -tebama, -yegama.
Een ander suffix, -at-, is (toevallig ?) na nasaal betuigd, en schijnt dezelfde
betekenis te hebben als -am-, dat zelf een nasaal heeft: -simita, -namata.
Wederkerig -agan- :
'uwaatigina mekaar vastgrijpen; uwaati nemen.
In de meeste voorbeelden was er het langere suffix -igeen-, waarvan gebruik
en betekenis niet met zekerheid konden achterhaald worden, tenzij dat het
samengaat met reflexief object-infix -yi- :
'uyim6ygi34na mekaar zien (kuonekana); umoni zien
'uyihtimbig3na mekaar stoten, ook 'uhumbina; uhumba stoten
'uyitaigigina mekaar roepen; 'utagina roepen

54. De object-infixen hebben dezelfde vorm als de verbale prefixen, behalve
-ku- jou, -lit- jullie, kl. I -mu- hem, haar; bovendien is er een reflexief infix
-yi- zich; al deze vormen zijn determinant, behalve de zde person enk. en kl. i.
De vormen zijn dus:
-ni- -ku- i -mu-
-tit- -li- 2 -b2 -
refl. -yi- 3 -gii-
4 -yi- enz.
In plaats van -ni- had de iste pers. enk. in de tekst ook eenmaal -n- :
g6ngwatili 'Aayi? waarom pak je me? (gu-6-n-'wat-il-ai in plaats van
het verwachte gu-6-ni-whAt-il-A*).
De volgende voorbeelden, met neutral en met determinant als infix en als
kern, tonen aan dat na een determinant infix alle kernen, ook determinant-
kernen, hoog zijn (nr 17), m.a.w. dat een infix niet gelocaliseerd wordt (wat
wel het geval is met een kenmerk) :
b6muzibula, ze dragen hem (bi-b-mu-zib-ul-a)
b6nizibula, ze dragen mij (bi-b-ni-zib-ul-a)
b6mutagana, ze roepen hem (ba-b-mu-thgan-a)
b6nitigAna, ze roepen mij (bi-b-ni-tagan-a)












Na -bi- is de determinant van -6- niet vertegenwoordigd (nr 58), en een neu-
trale kern krijgt toonverdubbeling van een neutral infix dat op een determinant
volgt (nr 14).
In de tekst is een object-infix niet alleen terugwijzend, maar dikwijls tevens
ook vooruitwijzend:
mamba h6goweina 'aafi'a mtisina dyamtiti gibwangimA, h6go-
mtitagAna ngimA ti, de krokodil kwam wonder aan een boom met een aap,
Shij riep (hem) de aap toe...

55. De verbale prefixen en hun tonen zijn in nr 26 besproken neutrall
in de personen, vaste hoge in de 3de pers., alle klassen); afwijkende toon is er
in enkele gevallen :
I. in de subjunctief heeft het prefix hoge toon, nr 74;
2. een gedekt prefix heeft lage toon; dit is het geval telkens als het prefix door
een pre-initiaal element voorafgegaan wordt: volitief praesens aff. (nr 67),
en het hele negatief (nr 78-84); alleen in het volitief verleden aff. is er hoge
toon (nr 68).

56. Het eindelement van het werkwoord is:
-AngA in het futurum (nr 65) en -AngA of -A in het volitief praesens (nr 67)
-a in de imperatief (nr 76)
-i (-e) in de subjunctief, ook die met -vu- en -a- (nr 74-75)
-AA of -Angi in de negative subjunctief (nr 83)
In alle andere werkwoordvormen is het eindelement -ai met onvaste hoge :
laag in fine, hoog in medio (nr I1):
tubuzibula bimu'a, we dragen vruchten (tu-bit-zib-ul-A )
Tubuzibula. We dragen. (id.)
Een eindelement dat tevens kernsilbe of postradicale is heeft de toon van
kernsilbe of postradicale, niet de toon van het eindelement; als zulke eindsilbe
een lage toon draagt, telt ze voor determinant (nr 8; vbb. in nrs 74, 76, 84).
De eindklinker van alle negative werkwoordvormen geldt als determinant
(hij wordt in structurele spelling niet als determinant gekenmerkt) :
NDA-tu-di mu--'unda : ndatudi mii'iinda, we zijn niet in het veld


Affirmatieve vormen

57. De stam -di (of -li), zijn, met verbale prefixen, draagt in de 3de per-
soon de toonverdubbeling van het prefix met vaste hoge toon :
nidi mumeema, ik ben in het water
gddi mtimeema, hij is in het water
De vormen zijn dus :
nidi ik ben gudi jij bent i gtidi hij is
tudi wij zijn mudi jullie zijn 2 badi ze ziijn
kl. 3 gtidi, 4 yidi, 5 didi enz.












Met toonverdubbeling op de eerste silbe van Iste of zde person na eind-
determinant of eindhoge :
miimi nidi wamfimiema, ik ben van (in) het water (miimi)
Een relatief van -di was niet te verkrijgen.

58. Affirmatieve werkwoordvormen met een van de determinant-ken-
merken -bit-, -fit-, -li-, -6- vertonen een opvallende representative : tussen
hoog prefix (3de pers.) en neutral kern heeft het kenmerk een hoge toon (als
een verdubbeling van de prefixtoon), maar de volgende kern is laag. Volgens de
elders in deze taal gangbare regels verwachten we laag kenmerk en hoge kern.
V66r determinantkern hebben deze kenmerken de gewone localisatie.

59. Het preteritum (-bit- -a*) duidt op een handling van gisteren of
vroeger:
(tu-bit-vund-ag-ap-a*) : (tu-bit-tel-eg-e3-ai) :
Tubuvitndagapa. We mengden. Tubtiteligd3a. We hoorden.
tubuvtndagAjip by6s6, alles tubtteligi3i by6s6, alles
(bi-bit-vund-ag-ai-a*) : (bi-bi-tel-eg-e3-a ) :
Babdivundagapa. Ze mengden. Babtiteligi3a. Ze hoorden.
bibivvundagaipa by6s6, a alles bibttelig63i by6s6, alles
In zulke werkwoordvormen, bijv. tu-bh-vund-ag-ap-in-a*, wij mengden
voor (iemand), zijn de volgende delen te onderscheiden : prefix (tu-), kenmerk
(-bit-), kern (-vund-), postradicale (-ag-), tussenklanken (-ap-in-), eind-
element (-iA). De toonregels van elk van die delen kunnen opgemaakt worden
uit de structuurformule en de gewone representatieregels (met daarbij de regel
van nr 58); de tussenklanken zijn laag als postradicale en eindelement laag
zijn (meer voorbeelden bij de infinitief, nr 84).
De tekst geeft een voorbeeld van preteritum met object-infix:
gtibfinisAhwild... (gd-bit-ni-sahul-il-a ), ze heeft me gezegd...

60. Het recens (-fit- -Ai) slaat op een feit van het nabije verleden, van
dezelfde dag; de toonregels zijn dezelfde als die van het preteritum :
Tufus6bola. We hebben gekozen. TuftifwamiSa. We hebben verborgen
tufus6bola bimu'a tuftifwamijf bimu'a
we hebben vruchten gekozen we hebben de vruchten verborgen
BAfiisobola. Ze kozen. BAftifwamija. Ze verborgen.
biftisobola bimu'a bAfiifwamijf bimu'a
ze hebben vruchten gekozen ze hebben de vruchten verborgen

61. Het imperfectief praesens (-lit- -Ai) duidt een handling aan die aan
de gang is, of een handling die gewoonlijk gebeurt; ook hier zijn de toonregels
dezelfde als voor de vorm met -bi- :
tuluv6tndagapj by6s6 tulfitelegegI by6s6
we mengen alles we horen alles
bAlivundagAip by6s6 bAilfteligiig by6s6
ze mengden alles ze hoorden alles
tulusAhula kiBangubangu, we spreken Bangubangu (-sahul-; -bangii-
bangit)












In gulivula..., je wilt, is -lit- gelocaliseerd voor de kerndeterminant -vil-
(nr 20). In de tekst, na eindhoge : hict gtiluvula nafi'i, als je wilt dat ik
genees; na het verhoogde gti- is de determinant -lit- geneutraliseerd (nr 21).
Zo ook : niluciina.., ik vrees (-ciin-); na hoge : ..nadi niluciini.

62. Er is een kortere.vorm, zonder post-initiaal kenmerk, die toch dezelfde
toonmelodie heeft als de vormen met kenmerk -bit-, -li-, -fit- en -6-; op het
structurele niveau kunnen we dit toonparallelisme noemen (nr 24), ofwel
aannemen dat het kenmerk van deze vorm louter uit een determinant bestaat,
zonder klinker of medeklinker : (-'- -a*). Voor de betekenis schijnt deze vorm,
waarvan alle voorbeelden door de tekst gegeven werden, voor een deel met het
preteritum, voor een deel met het imperfectief overeen te komen :
niiciini, variant van niliciini, ik vrees
giimana m6ndu, heb je ooit iemand gezien; wat verder: gubtimani mtindu,
id.
nikttagineena timi, ik roep je voor je hart
De begintonen van preteritum of imperfectief zijn hier ofwel op het prefix
versmolten (giimana) ofwel verdeeld over prefix en neutral infix (niktta-
gainena).

63. Het perfectieve praesens (-6- -a4) slaat op een handling die nu
voltooid is :
tol6ndoli.. we hebben gesproken t6telegeg3.. we h. gehoord
b6londola.. ze hebben gesproken b6telege39.. ze h. gehoord
'uma dy6gangu'a, de knoop is los
ma'uma g6gangu'a, mv.
mwana g6tubtil kyala, het kind heeft het stoeltje doorboord
t6waatigina, we omvatten elkaar
g6mana by6nokdzimbi ? zie je nu hoe ik je bedrogen heb?
Voorbeelden met infix, nr 54.

64. De conditionalis (-endu- -a~i) bedoelt een handling die afhangt
van een al of niet vernoemde voorwaarde; de voorwaarde zelf wordt door andere
vormen uitgedrukt, o.m. door het perfectief. Het kenmerk -endu- is niet onder-
worpen aan de onderstelde determinant-verschuiving van nr 25; de hoge toon
op -u- (van -endu-) wordt na laag prefix op neutral kern verdubbeld :
twendagilu'a.. we zouden teruggaan twendtibugtil.. we z. nemen
bendtigalu'a.. ze zouden teruggaan binddbugtil.. ze z. nemen
Het is belangrijk op te merken dat -ndusobola hier behandeld wordt als een
woordbegin: hoog met verdubbeling na determinant (tu-e-), hoog zonder
verdubbeling na hoge (bi-_-).
In de tekst komt een verkorte variant voor van een combinatie van conditio-
nalis met recens (-fia-endu- -a) :
nifwiva, ik zou gekomen zijn; de zegsman gaf bij navraag ook nifwendtiva op.

65. Het kenmerk van het futurum (-ao- -anga) is samen met de vorige












klinker van het prefix door een korte klinker vertegenwoordigd, en draagt de
toon van dit prefix; het eindelement heeft een vaste hoge toon :
twaovundagapingA we zullen mengen twaoteligi3inga we z. horen
bavundagapingi, ze zullen mengen bitelMg9g3nga, ze z. horen
3 wazizimininga, ze zal zoek raken (-guzi 3, koord)
4 yioziziminanga, mv.
twaohongelinga biini ? hoe zullen wij (samen) spreken ?

66. Het aditief (-a- -a') duidt aan wat men (nu of wat later) gaat doen.
Hier is het kenmerk, samen met de klinker van het prefix, door een lange ver-
tegenwoordigd; de hoge toon van een prefix wordt niet verdubbeld op -a-:
twasoboli bimu'a twafwamiji bimu'a
we gaan vruchten kiezen we gaan vruchten verbergen
baasoboli bimu'a, ze.. baafwamijf bimu'a, ze..

67. Het volitief praesens (ndi-'-a- -a(nga)) heeft een pre-initiaal
element (ndi-), en dus wordt de determinant van het kenmerk (-o_-) niet
v66r determinant-kern gelocaliseerd, maar als hoge toon op die kern vertegen-
woordigd (nr 17) :
ndftwaovtindagAna(nga), we willen vermengen
nditwaofwami ila(nga) bilondozi bindu, we willen de zaken verbergen
voor de sprekers
zo ook met ndiba-, ze.. :
ndibas6so'angi, ze willen zich laten zien
ndidyi(nga) gabidi ? wil je er twee opeten ?

68. Het volitief preterium (ndi-'-endu- -ai') is als een conditionalis met
voorgevoegd ndi-; de eindklinker werd als determinant opgetekend in het eerste
voorbeeld (zie het volgend naamwoord), niet in het tweede :
nditwnd6vfindagain ltisi'u, we wilden het gras dooreenmengen
nditwendfifwamijila bilondozi, we wilden het verbergen voor de sprekers

69. De tekst gaf voorbeelden van een vorm waarvan de prefixen niet
uitgesproken pronominaal noch verbaal zijn, en die we hier conjunctief zullen
heten. De zegsman gaf dezelfde betekenis op als voor futurum en subjunctief;
in de tekst schijnt de vorm gebruikt te worden na het werkwoord voor ,,zien"
en na het partikel hidi, zo, dan (?). De eindklinker is -ai'; de klassen 2 tot 15
hebben ('i-pp-i- -a*) :
miivdndagAjip.. bevfindagpii.. 'iyivtindagApi..
ik zal mengen jij zal mengen hij zal mengen
bituvtindagaip.. bariuvtindagaipA.. 2 'ibuvindagapi..
wij zullen mengen jullie zullen mengen zij zullen mengen

miifwamifila. biefwamifila..
ik zal verbergen voor jij z. verbergen voor
bitufwami ili.. bimufwamifili.. 'ibufwami ili..
wij zullen verbergen voor jullie z. verbergen voor ze z. verbergen voor












6 (meema) 'iguviigula, het water zal koken (-vug-ul-)
12 ('uuni) 'ikuv6mbu'a, de vogel vliegt (-vumb-u'-)
13 (tuuni) 'ituviimbu'a, my.
gitmand mtindu 'iyiw6ena astimwingi 'iyisigi tima dyayi? heb je
(ooit al) iemand gezien die gaat wandelen en zijn hart achterlaat ?
hAdi mifuu'i, dan zal ik gered zijn
De determinant van -it- is niet vertegenwoordigd v66r determinant-kern;
ofwel is er neutralisatie, ofwel is -i- behandeld als een eindsilbe.

70. Nog een andere vorm uit de teksten bewees dat er meer is in de ver-
voeging dan door systematisch opvragen kon verkregen worden :
.. ynivwingavwal6ndangi, ,,ndio niko nakuja nafwata", kijk daarom kom
ik (hem) opzoeken (-lond-, volgen, nazetten)
Bij verder opvragen :
yatuvwingaal6ndangi, daarom volgen we
yatuvwingaawaAtingA, daarom nemen we (-whit-)
yatuvwakiimbf ngA, daarom volgen we (-kiimb-)
Het is eigenaardig hoe bij vertaling deze complex vormen ook in het Swahili
van Maniema hun tegenhanger krijgen : tunakuya-nafwata, we ,,kome-volgen".

71. De relative vormen van het werkwoord waarin het antecedent als
onderwerp vervangen wordt (vgl. Fra. qui) schijnen dezelfde te zijn als de
niet-relatieve :
mwana g6tobiila kyala, het kind heeft het stoeltje doorboord
lola mwina g6tubtila kyala, kijk het kind dat het stoeltje doorboord heeft
hetzelfde in het my. met ..b6tubtila..
Relatieve vormen waarin het antecedent als voorwerp vervangen wordt (vgl.
Fra. que) hebben een voorprefix, van het prefix gescheiden door -A- (korte
klinker, nr 4; gevolgd door hoge toon op de tweede volgende silbe, nr 9; ver-
tegenwoordigd door klinker o v66r het kenmerk -6-, nr 5). In preteritum (-bi-):
mabweohe gatubtzibula, de stenen die we droegen
(ga-AO-tu-bit-zib-ul-a alsof ga-ao-tit-but-zib-ul-a*)
miguzi/ngasft ydotubtizibula, de koorden/hakken die we droegen
mabweohe gatubtitond6la, de stenen die we opraapten
(ga-AO-tu-bft-tbnd-ul-ai, alsof ga-ao-tit-bit-tbnd-ul-a')
de determinantkern is laag volgens nr 17; dezelfde tonen met -ba-:
gababtzibula enz.
In perfectief (-6-) :
mabweohe gotozibula, de stenen die we gedragen hebben
(ga-AO-tu-b-zib-ul-a*, alsof go-tit-b-zib-ul-a*)
ngasi/miguzi y6otozibula, de hakken/koorden die we dragen
V66r determinantkern wordt -6- gelocaliseerd (nr 20), maar na verhoogde
silbe geneutraliseerd (nr 22):
mabweohe got6tond6la, de stenen die we opgeraapt hebben
miguzi y60totond61a, de koorden (-guzi) die we opgeraapt hebben
(met lichte pauze, dus zonder beginverhoging: miguzi yoot6tond61a)












De gelijkenis van deze relative vormen met de connectieven is maar opper-
vlakkig, en bedriegelijk. Op de relative vormen in de tekst (byebitboyi,
dy6nih6Sa, hikidi, Iwanidi) schijnen de reeds gevonden structuurformules
toepasselijk te zijn; maar voor systematische studied is meer material vereist.

72. De tekst is rijk aan vormen die niet bij de systematische opvraging te
voorschijn gekomen waren : de narratief. Deze vorm is gebouwd als een object-
relatief, van de klasse 16, van het perfectief praesens, waarvan de eerste klank-
greep permanent zou verhoogd zijn :
('ha-AO-pp-b- -ai), alsof (h6-pp-6- -a').
De eerste silbe is dus hoog, de tweede laag, een neutral kern is hoog, terwijl
een determinant-kern laag is :
h6gol6ndola niicu, hij sprak met ons (-londol-)
h6golooz6'a niicu, hij kwam met ons buiten (-166zo'-)
De opgetekende prefixen, samen met het kenmerk -6-, zijn: Iste pers. enk.
-no-, kl. I -go-, 2 -bo-, 4 -yoo-, 6 -go-. Een eindklinker met lage toon geldt
als determinant (nr 56) :
h6boha 'Abwinda, hij gaf (de parelhoenders) aan de haas ('abwanda, laag).
De hoge begintoon is vast, ook na neutral (en laag) woord :
ndambu h6goboyA ti, de leeuw zei (zo); vgl. ndambu yifogolo, een kleine
leeuw
De narratief kan voorafgegaan worden door het element na- :
h6goyihtimtina mtitu nah6govwalA 'isebi, hij bestrooide zich met as, en
trok een huid aan.
De narratief met object-infix is goed betuigd met het neutral infix -mu-
(kl. i, hem, haar). Het infix is hoog na de determinant -6-, en deze hoge toon
wordt verdubbeld op een neutral kern, niet op een determinant-kern (nr 14):
h6gomiisahwiild ti, hij zegde hem (-sah-ul-il-, -sahwil-)
hAdi h6nomtil~'a, daarom liet ik hem maar lopen (-le'-)
h6gomiyu6zyA mimba, hij vroeg de krokodil (-yituzy-)
h6gomtitagaina jandu, hij riep de krokodil (-tagan-)
Van een determinant-infix in de narratief zijn er maar twee voorbeelden, alle-
bei met laag infix, hoge kern, en hoge post-radicale; een ervan heeft zeker
determinant-kern :
h6gonib6yi ti, hij zegde tegen me (-bby-)
h6goyihtimtina mttu, hij bestrooide zich met as (is wel -hirm-ul-, niet
-hum-ul-, anders hadden we lage post-radicale te verwachten : *h6goyi-
htimuni)

73. De narratief heeft een variant met tweede kenmerk -vit-; v66r dat
kenmerk wordt -6- gelocaliseerd tot stijgend, als v66r een eindsilbe; de deter-
minant van -vii- wordt v66r determinant-kern niet gerealiseerd (neutralisatie












na localisatie tot stijgend?). Deze vorm wordt gebruikt als laatste van twee
of meer narratieven, als een soort samenvatting (en hij deed...) :
'abwanda h6gogAluja, nah6g6vudya mi'anga g66s6, de haas going
terug, en at al de parelhoenders op
H6botegi, nah6bov6geya hiaza 'im6ola; h6b6vulaala. Ze zetten hun
vallen, en keerden terug ndar het dorp; ze sliepen.
ngima h6gosalA hiegulu h6g6vumita ibo'6 mwa iwa, de aap kwam
naar beneden en stak hem zijn arm in zijn muil.

Het laatste voorbeeld, met neutral infix -mu-, toont dat -vil- wel degelijk
determinant is.

74. De gewone subjunctief (-i/-e) heeft dezelfde toonmelodie voor alle
vormen die hetzelfde aantal klankgrepen hebben, ongeacht de toon van het
prefix of van de kern. Die melodie is : (- -), (- _), (- _), (- _). Dit
kunnen we zo formuleren : de eerste klankgreep heeft vaste hoge toon, die tevens
determinant is; de tweede silbe is dus hoog, en ze wordt verdubbeld op de derde
als die niet een eindsilbe is; lage eindsilbe geldt als determinant:
tiidi bimu'a, laten we de vruchten opeten
tiiti bimu'a, laten we de vruchten wegwerpen
ttigfdi bimti'a, laten we vruchten open (-gul-)
tidwaati bimd'a, laten we vruchten nemen (-what-)
tis6b6di bimti'a, laten we vruchten kiezen (-sobol-)
ttifwmifi bimi.'a, laten we de vruchten verbergen (-fwamif-)
ttivfindigapi, laten we mengen (-vundagap-)
ttitllge3e, laten we luisteren (-telege3-)

Hetzelfde met prefix bi-, zij.

75. Voorbeelden van subjunctief met infix werden alleen opgetekend in de
tekst, en klaarblijkelijk alleen met determinant-kernen. Zoveel is toch zeker,
dat het toonverloop van deze vorm verschilt van dat van de subjunctief zonder
infix :
idnisimi, laat me (-shm-)
gfinipitili, verkrijg voor me (-pit-)
Met kenmerk -vit- hebben we zelfs een ,,adventieve" subjunctief:
gtivinisimtini, kom uithalen voor me (,,uje uningole"; -simun-)

In de tekst komen nog andere subjunctieven voor, met of zonder het karakte-
ristieke toonverloop van de subjunctief zonder infix, en alle met een kenmerk -a-.
De voorbeelden waren nochtans niet talrijk genoeg om een systematische
beschrijving toe te laten.

76. In de imperatief enkelvoud (-a) zijn kern en postradicale laag bij
neutral kern, hoog bij determinant-kern; de eventueel volgende klankgrepen
hebben contrasttoon tegenover de eerste twee silben. Eenklankgrepige stammen












hebben een achteraangevoegd -nga. Een lage eindklinker geldt, zoals overall
elders in het werkwoord, als determinant:
vundagjip by6s6, meng alles ytiiztilula 'iibi, open de deur
Ssoboli bimu'a, kies vruchten fwimija bimti'a, verberg de vruchten
gula bimfi'a, hoop vruchten wiiat bimu'a, neem de vruchten
dyanga bimti'a, eet vruchten
Het meervoud werd niet opgetekend.


Negatieve vormen

77. Negatieve werkwoordvormen zijn gekenmerkt door:
I. Pre-initiaal NDA-, met hoge toon op de tweede volgende silbe (verschil-
lend van het ndA- van de twee affirmative volitieven). In de vormen voor
,,ik, jij, hij" hebben we nochtans si-/Ji-, ndi-, ndi-, tenminste voor de
stam -di zijn; deze special prefixen hebben dus geen aparte pre-initiaal.
2. Hoge toon op determinant-kern na determinant (zoals ook in de affirmative
volitieven), nr 17.
3. Determinant-eindklinker, ook al is die eindklinker hoog; deze determinant
wordt in structurele spelling niet aangeduid (nr 8).

78. Negatieve vormen van -di zijn :
firi mi'tinda ndiri mti'tinda i ndiri mti'inda
ik ben niet in het veld jij. hij..
ndatudi.. wij.. ndamudi.. jullie 2 ndabadi.. zij..
17 nda'udi 'isiba, er is geen kalebas
Voor de Iste en 2de person werden deze vormen ook gegeven met -lismba i, 2
jager: firi mtilimbi, ndatudi balhimbi enz. Opmerkelijk is het feit, dat de
determinant van -litmba de toonverdubbeling heeft (vgl. nr 77, 3). In de
3de person werd het index NDA- gebruikt: ndamultimba, hij is geen jager,
ndabalimbr ze zijn geen jagers.

79. Een praesens (NDA- -a) is in de tekst door twee voorbeelden betuigd :
miimi sistimti natimi, ik ga niet met mijn hart (op weg, heen en weer)
(-sum-u'-)
miimi jiiyvgili nadi, ik kom (?) er niet mee

80. Het preteritum (NDA- -bit- -') :
ndatubtvtindagajia bimti'a (NDA-tu-bit-vund-ag-ap-Ai*, alsof nda-
tit-bit-vund-ag-ap-a ') we mengden de vruchten niet dooreen (gisteren
of vroeger)
ndatubffwAmijf bimfi'a (-fwAm-ij-) we verborgen de vruchten niet
Ndatubtivtindagapa. We mengden niet. Ndatubtifwimija. We verborgen
niet.
We hebben dezelfde vormen en tonen bij vervanging van -tu-, wij, door -ba-, zij.












81. Het recens (NDA- -fit- -a4), de habitualis (NDA- -lit- -a4), deze
laatste met sterke ontkennende betekenis : ,,neen, we doen ... niet", en de con-
ditionalis (NDA- -endu- -A') hebben dezelfde bouw als het preteritum, dus
met -fti-, -li-, -endti-.

82. In het futurum (NDA- -6- -ai') wordt de a van NDA- v66r de o
van de volgende silbe door o vertegenwoordigd (nr 5):
ndotovtindagapa, we zullen niet mengen
ndotofwimi il bil6ndozi bindu, we zullen de dingen niet verbergen voor de
sprekers
ndodindili bein66b ? wacht je niet op je makers?
Josamuna, ik zal niet kunnen

83. De subjunctief (NDA- -anga/-aA) heeft een vaste hoge toon op het
eindelement :
ndatuvdndag~iji(nga), laten we niet mengen
ndatufwamifilai bil6ndozi bindu, late we de dingen niet verbergen voor
de sprekers
In de 2de pers. enk. hebben we de moeilijk te analyseren vorm: nangu-
weina, ga niet (-ween-); de verhouding van nangit- tot ndi- is duister.



E. GEMENGDE VORMEN

De gemengde vormen omvatten:
nomino-verbale woorden met nominaal prefix en verbale stam :
infinitief, met prefix kl. 15-17;
richtinginfinitief, met prefix 'a-;
participium, met adjectiefprefix;
relative vormen van het werkwoord, met pronominaal (voor)prefix;
verbo-nominale woorden met verbaal prefix en indexvorm:
affirmatief, type tunamtigtizi, we hebben een koord;
negatief, type ndatunimuguzi, we hebben geen koord.

84. De infinitief heeft een werkwoordstam op -a' en een nominaal prefix
van kl. 15-17 'u-. De gewone representatieregels worden toegepast :
'Uvundagapifa. Doen mengen. Na de neutral kern (-vund-) is de post-
radicale laag (-ag-); op het einde van de zin is de -ai laag; tussen lage
postradicale en lage eindklinker zijn ook de tussenklanken (-ap-if-) laag.
'Uziziminifa. Doen verdwijnen. Na de determinant-kern (-ziz-) is de
postradicale -im- hoog, en dus ook de tussenklanken -in-if-.
'uvundagapii by6s6, alles doen mengen: in het zinsmidden is -i* hoog, en
dus ook de tussenklanken -ap-if-
'uziziminiJa by6s6, alles doen verdwijnen: alles na de kern is hoog om de
hierboven reeds vermelde redenen.












Hetzelfde hebben we met ~6n tussensilbe :
'Uvundagapa. Mengen. 'Uyuuztillla. Openen.
'uvundagajip by6s6, allies mengen 'uyuuzfitili 'iibi, de deur openen
Zonder tussensilbe :
'Usobola. Kiezen. 'Ufwamija. Verbergen.
'usobold bimu'a, vruchten kiezen ufwamijf bimu'a, vruchten verbergen
Als de postradicale tevens eindsilbe is, dan heeft ze niet de toon van de ein-
silbe (-Ai), maar die van de postradicale (laag na neutral kern, hoog na
determinant-kern). Een lage eindsilbe telt voor determinant (nr 8):
'Ugula. Kopen. 'Uwaati. Nemen.
'ugula bimt'a, vruchten open 'uwaata bimu'a, vruchten nemen
'udya bimti'a, vruchten eten
De toonregels van de infinitief zijn dus in het kort :
I. het prefix 'u- is laag;
2. de kern is laag;
3. de postradicale is laag na neutral kern, hoog na determinant;
4. de tussenklanken zijn laag als postradicale en eindklinker laag zijn, maar
hoog als 66n van die twee of alle twee hoog zijn;
5. de eindklinker is laag in fine, hoog in medio.

85. De infinitief, opgenomen in een locatief, wordt samen met een hulp-
werkwoord gebruikt om een omschreven vervoeging te vormen, met imper-
fectieve, duratieve betekenis; de hulpwerkwoorden (te vergelijken met de
kenmerken) zijn : -bwa preteritum, -fwa recens, -li praesens.
Preteritum (gisteren of vroeger) :
tubwa mtunima/ktunima we waren aan 't bewerken
bibwA mdunima/kdunima ze...
tubwa mfutaha/ktiutahA, we waren aan 't scheppen
bibw mtutahA/ktutaha ze...
Recens (vandaag):
tufwa/bAfwA mtiunima/mtiutahA we/ze waren aan 't bewerken/scheppen
Praesens :
tuli muunima/muulobi we zijn aan 't bewerken/hengelen
bali mtiunima/miulobA ze...
De tekst gaf 66n voorbeeld, en wel na een ander werkwoord :
yind dy6nih6Ja mtidsumA mijn tand kwelt me ,,in pijn doen"
Swah. Dinono linanihangaija sana kuuma".

86. In de tekst komen zes voorbeelden voor van een vorm ('ah- -A'),
telkens na -ween- gaan, om het doel van de beweging aan te duiden; de lange
klinker van de eerste klankgreep was niet gemakkelijk te horen :
mamba h6gowena 'aafi'a mtisina dyamtiti, de krokodil going en kwam aan
de voet van een boom (-fi'-)












h6goweena aasahwiili mwaazi wAayi, hij going zeggen tegen zijn vrouw
(-sahwil-)
h6gowiena 'aamtiboya byibiibi.. hij going om hem hetzelfde te zeggen
(-b6y-, met neutral object-infix -mu-; Swah. ,,akaenda kumwambia..")
'abwanda h6goweena Atee'~Ja mi'angA kwayi, de haas going de parel-
hoenders bij hem thisi) laten klaarmaken (met localisatie v66r de deter-
minant-kern -tM'-)
In 66n voorbeeld ook met ('A- -ang) :
giimani mtindu 'iyiweina astimwangi 'iyisiga tima dyayi ? heb je al
iemand gezien die gaat wandelen en zijn hart achterlaat? (-sim-u'-,
zonder localisatie? Swah. ,,..anakwenda kutembea")

87. Een participium actief is in de tekst betuigd door een vorm met laag
(en neutral) nominaal prefix:
h6gotelgeyzya 'abwanda musahuli b(y)iebya, ze hoorde de haas dat
zeggen (,,zeggend")
Vgl. ook : na'iyi mfiboyi ti, en als hij je zegt, dat in het ,,Swahili" op merk-
waardige wijze vertaald werd door : ,,na yeye mukusema hivi" (mu-'u-b6y-a~S).

88. Het affirmative verbo-nominale bestaat uit een verbaal prefix en een
indexvorm met nh- met; -na- heeft lage toon, ook na hoogtonig prefix van de
3de person; voor het overige worden de gewone regels toegepast :
(ni-na-mu-guzi:) (gu-na-mu-guzi:) (gti-na-mu-guzi :)
ninamiigizi gunamigtizi glinamtigtizi
ik heb een koord jij hebt een koord hij, zij...
tunamtigtizi wij... munamfigzi jullie... binamigizi zij...
leelo nina'iizi, vandaag ben ik kwaad (leelb; 'i-izi woede)

In de 3de person vinden we ook omschrijving met -di zijn :
mwazi waami gtidi naltifu, mijn vrouw is ziek

89. Het negative verbo-nominale (NDA-pv-na-subst.) heeft, net als de
werkwoorden, kortere vormen in plaats van NDA-pv- in de vorm voor ,,ik, jij,
hij/zij"; de determinant van -na- is niet vertegenwoordigd :
sinimuguzi ndinimuguzi ndinimuguzi
ik heb geen koord jij... hij...
ndatunimuguzi ndamunamuguzi ndabanimuguzi
wij... jullie... zij...
De andere klassen dan i en 2 werden niet opgevraagd.
De representative van de twee determinanten is onregelmatig; men verge-
lijke :
NDA-tu-na-mu-guzi: ndatunimuguzi
NDA-ma-beile: ndamabele6, het is geen melk.












90. Onveranderlijke woorden kunnen ingedeeld worden naar hun ver-
bindingsmogelijkheden.
Equivalenten van substantieven, locatieven of telwoorden :


'aayi wat? (kl. 12?)
biini hoe? (kl. 8?)
leelo (: leelb) vandaag
haaza (: haaza) terug (?)
haka'iisi, hakaisi 's anderendaags
miituba zes
miisamboo even
mia honderd (Sw.)


mtigandaa acht
'itemiA negen
hlifu duizend (Sw.)


Woorden die, gelijk de indices, gevolgd worden door nominale vormen :


bidi gelijk, zoals


k66'o ziedaar (nr 39)


Woorden die een zin of een werkwoord inleiden :


na (met narratief, nr 72) en
hidi daarom, dan (nr 69)
hicii indien
ilA behalve, maar


paik tot, totdat
ti dat (begint een aanhaling)



















IV.-WOORDENLIJST


aankomen -fi'-
aap (-'ima) 9 : ngimai
acht ... mtigandaa
antwoorden -lung-
arm -bb'o 15
as -ti 3
baard -zevwa 7; dial. -zevu 11/7
baden -ybg-
bed -thnda 7 (ki-)
been(deren) -fuha 3
been -gulu 15
beginnen -'anj-
begraven -zii'-
beledigen z. schelden
berg -gulu ii
bestrooien -hum-un-
bewerken (land) -nim-
bijeen- z. oprapen
bijl -temo 5
bijten -sum-
binden -gang-
binnengaan -cwel-
blad -bizi 5
blaten -yAb-
bloed -loha 3 sg.t.
boom -ti 3
borst (-tinda) 9: ndunda
vr. -beele 5
bouwen -vub-; -yeng-
boven heegulu
braken -las-
brandhout -teete 11
buigen -vitng-
buik -fit 5; dial. -bondo 3
buitengaan -166zo'-, caus. -l6of-;
-firm-
chef -Anaana i
dag -sit ii, 6
dalen -slM-
dans -3a 6


dansen -semb-
darm -la 5
deur (-ibi 7:) ...'iibi toonn?)
dier (-(j)ama) 9: pama
dij -'undii i
ding -ndu 7; dial. -nju
doden -hag-;
-yaay- toonn ?)
doen -ta- toonn?)
doorboren -tibul-
dorp -ola 3; dial. -'ola 3
dorst -uma 3 sg.t.
dragen -zibul-
op het hoofd -cwAl-
kleren -vwal-
drie -satu (-satu ?)
drinken -pw- toonn?)
duizend ... lifu
duwen -hitmb-, -hitmban-
een pp-'pp-mit; z. same
eindigen intr. -h(w)- toonn ?)
eten -di-
gaan -ween-
gaar worden -bob-
geheel -zima
geit (-bizi) 9 : mbuzi
genezen intr. -fitit'-
geven -h- toonn?)
gieten -huili- (daar)
-hitul- (hier)
goed -lgela
goedheid -ya 14 toonn?)
gras -su'u i (sg.t.)
graven -ful-
groeien -kil-; -ham-
groot -atagadi
haar -fu'i 5 (sg.t.)
-pwene II
hak -'Asu II
hals (-singu) 9 : singt












handpalm -gazagaza 7
hart -tima 5; dial. -cima 5
hengelen -1bb-
hond (-bwh/-bh) 9: 'imb(w)a
honderd ...mia
hoofd -ch 3
horen -telege3-
houden -what- (-'wit-)
huid -seba 7
huis -ende 7
jager -litmba i
kalebas -saba 7
kermen -yAb-
kiemen z. opkomen
kiezen -sobol-
kijken -lol-
kin -saayh 12
kind -ana i
kip (-zbgblo) 9: zog616
klein fogolo
kleven -namat- intr.
-nami'- tr.
klimmen -bind-
knie -p1H 5; dial. -noho 5
knoop -'uma (-'uma?) 5
koken intr. -vugul-
(hevig) -bil-
(eten koken) -tNe'-
komen -vegey- (-vwegey-, -'
gey-)
koord -guzi 3
kopen -gul-
korf -tala 7
kort -hindigidi
krokodil (-gandi) 9: ijandu
kruik -lbndo 3
kuil -benga 7; dial. -neene 7
kunnen -samun-
lachen -seh-
lang -la- -la
laten -le'-; -sam-
leeuw (-tambu) 9: ndambu
leggen -bii'-
lezen -som-
lichaam -bidi 3
licht (niet zwaar) -helaheela:
-heelahiela
lied -3eelo ii
liggen -iaMl-
lijk -tembo 3


linkerkant mugela mwazi
lip -nomo 3
lopen -36nd-
losgaan -gangu'-
losmaken -gangul-
luipaard (-gi) 9: ingi; dial. ngehe
maan -izi 3
man conn. van -nimi i
mand -tala 7; dial. -tangi 7
mat -3-ata II (nr 25)
mengen -vundagap-
mens -ndu i
mes -h-ete i
-hete 12
mond -ajiwa 15; dial. -apu 15
mooi -legela
naaien n-
naam -zina 5
nacht -fit'u 14
naderen -Jeen-
negen ...'itemA~
nek -bmweno 12 dial. -'usi 12
nemen -waat- (-'wat-); z. uit-
neus -htmbe 3
nieuw -hya; -hya- -hya
oksel -aha 14
olie -iani 6; 13 : een beetje...
olifant (-zuvu) 9: zuvu
,,ont-dekken" z. verbergen
ontnemen, ontrukken -kihi3-
ontwaken -bii'-
oog -iso : 5 yisd, 6 meeso (nr 25)
ooglid -Ihvi I 6
oor -'ocb 5
openen -yihizulul-
opheffen -biag-
opkomen (zaad) -men-
oprapen -tbndol-;
samenrapen en oprapen -gooy-;
samenrapen -kbb3-
oud (personen) -nunu; (dingen)
-iluulu: 11 luultitilu...
palmwijn -luvu 6
parelhoen -'anga (5), 6
plaatsen -bii'-
pot -lbndo 3
praten -hongel-
prauw -ath 14
-tumbi 3
put -benga 7; dial. -neene 7


vo-












rauw -bisi
recht staan -tebam-
recht zetten -tebe'-
recht zetten -yigul-
rechterkant mugela mtinumi
regen (-villa) 9 : vul;
dial. -mengf 9, 6
regenen -pw- toonn ?)
rib -bavu ix
rijpen -mong-
rivier -gizi 3
roeien -vitg-
roeispaan (-'afi) 9: ngafi
roepen -tagan-
rook -isi 3 (sg.t.)
rotten -pang-
rug -gongo 3
ruggegraat -lungh 6
samen hA-m6nga 16
schelden -kay-
scheppen (water) -tah-
scheuren tr. -hand-
-swan-
schouder -heehe 5
schudden -teng-
seintrom -ondb 7
slaan -t(a)- toonn ?)
slaap -lit 13
slang (-(p)6'a) 9 : po'a
slecht NDA- -legela
slechtheid -bi 14 toonn ?)
sluiten -yiizil-
smeden -fidl-
smid mufuzi (wabyela)
snijden -temb-
speer -fiimu 5
spreken -londol-; -hongel-; -sa-
hul-
springen -tambu'- (horiz.)
-yi-thmb- (vertic.)
stam (onder) -sina 5 (-sina?
-sinA ?)
stampen -cw- toonn?)
stamper -isi 3 toonn?)
steen -bweohe 5
steleng -yib-
sterven -fit- (-fw-)
stijgen -band-
stoel -ala 7
stoten -hitmb-


strikken spannen -teg-
stroom -gizi 3
strot dial. -dibu 3
tabak -fwangu 5
tak -tibi 5
tand -ino : 5 yind, 6 meeno (nr 25)
terugkomen, -gaan -galu'-
tiental -kimi 5
tong -dimi 1i
touw -guzi 3
trekken -bul-
trom (-goma) 9: groma; dial. 9, 6;
seintrom -ondb 7
trouwen -timndul-; -biigul-(mwazi)
twee -bidi (-bidi?)
twisten -gbgol-
uitgaan (vuur) -zim-
uit ... komen -b16zo'-, (caus.
-l1of-); -film-
uitgieten -hiitl- (daar)
-hitul- (hier)
uitnemen (wat vastzat) -bitgul-
vallen -hbn-
vandaag leelo
vastzitten -simat-
vastzetten -simi'-
vastbinden -gang-
vechten -lw- toonn?)
veel conn. van -diba
veger -'bmbo 11; 7
veld -'unda 5
verbergen -fwimij-
onthullen -sosol-
verborgen zijn -fwam- (?)
verbieden -kandil-
verdelen -gab(ul)-
verdwalen -zizimin-
verhaal -sunga 3
verpletteren (hand) -fii'-
(voet) -yatil-
verrotten -pang-
vallen opstellen -teg-
vers -bisi
verzorgen -lol-
vier -naa
vijf -taanoo
vijzel -rju 7 toonn?)
vinger -pu/-nu 3; dial. -nu 3
vis -sitilvi 12
vishaak -lbbo 9: ndob6











vissen -lbb-; met net: -thg-
vlechten (koord) -zing- toonn ?)
vlees -samba 3
vleugel -babA 7
vogel -uni 12 (nr 44-46)
vol lopen -yil-
volgen -kihmb-; -lond-
voorbijgaan -kil-
voorhoofd -hMla 9; 12; dial. ook 9
ngebo
vragen (om te krijgen) -h&&3-;
(om te weten) -yitu3-
vrezen -ciin-
vriendschap -seese 14 (sg.t.;
toon ?)
vrouw -azi i; dial. -'Azi I
vrucht -mu'a 7
vuur -dilu 3
wachten -dindil-
wakker worden -bitit'-
wang -tAma 5
wassen (kleren) -fill-
(gerei) -tumb-
(kind) -ybgej-
water (-imi? -enim?) 6 meema
weg -zili 9?, 5 ?; mv. 6


weinig -Joo
welk -ni
wenen -dil-
wenkbrauw -fifiinu 5
werken -vub-; -titmik-
werpen -thaf-
wind -heehe 3
wortel -zi 3
zand -Jenge/-JengyA 3
zang -3eelo i
zeggen -bby-; -sahul-
zenden -titm-
zes ... mtitubai
zetten -bii'-
zeven ... midsAmboo
ziek zijn -be1l-
ziekte -fit I
zien -m6n-; tekst : -mn-
zingen -yimb-
zitten -t6gom-
zoeken -kUb-
zon -yiiba 5
zwaar -ndRmaneema :
-neemainema
zwellen(?) -yiil-
zwemmen -ybg-


















V. -TEKSTEN


















Musunga


Ndambu na'ingi na'Abwinda

BAbitamba btlseese. H6boboyi ti, tftzingi migtizi, tidwaati
ma'angA. H6boweina mwitu ktitegi. H6botegA, nah6bov6geya haaza
'lim6ola; h6b6vulaala.
Haka'iisi h6bow66na ktilola maigizi. Miteg6 yabu y6s6 him6nga
h6yowaati ma'angi 'itemai. Ndambu na'ingi h6bobugtili mi'anga
g66s6 'itemai, h6boha 'Abwinda witee'6f6 kwayi 'iyi wamwitagadi.
'Abwanda h6gow66na atee'~Jf mi'angA kwayi. H6gob6ba, h6gohaazyA
mi'anga gabidi kwamwiziiyi waidi. Mwazi h6gomdiyutizya ti:
ndidya(nga) gabidi (gabidi)? ndodindila b66n66b6 (bein66be)?
'Abwanda h6goltinga mwaziiiyi ti: ndamanedno goobe.
Hakaisi p6, 'abwanda h6goyihtimiini mtitu nah6govwali 'isebi,
h6gobugiila fumi dyayi. H6gowidna aafi'a kwandambu. H6gomi-
sahwili ti: bwana twine twadi mA'angA, ilA leelo nina'iizi ndambu
yiftiwaata mbuzi yAmi, yanivwangavwaol6ndangA. Mwazi wandambu
h6goteligdzya 'Abwanda musahuli b(y)i6bya h6gotagain bali wayi
miiyEnde: nanguwdena 'iyivwaoktitigAnAngi na'iyi mfiboyA ti: ndambu
yiftiwaata mbuzi yami, gaagA maydde wane wakuyaayi 'iizi kyambuzi
yAyi. Ndambu h6goboyi ti: yinangA (penanga ?) miimi nidi namtnda,
JosAmuna. 'Abwanda h6gogiluJa, h6g6vudya ma'anga g66s6.
Haka'iisi kAngi, 'abwanda h6gowedna kwaingi, h6gowdena 'aami-
boyA byAbiibi byebtiboyi ndimbu. Ingi nedye mwazi wAyi h6gomi-
kandilA ti: nanguwena. 'Abwanda h6googAlufa nah6g6vudya mi'anga
g66s6.
Mana yamtisfinga guugi : mayede gakila ngtivu.


Musunga wai ndu ningima

riandu h6gotundtila mwAzi. Mwazi wayi h6gobeeli liifu. H6go-
sihwili (-sahuiili) ba(a)li wayi ti lufd liini Iwanidi naalu, pika g6ni-
pAtili tima dyAngima, hAdi mifuu'a. Mamba h6gowedna 'aafi'a m6sina
dyamtti gftbwaongimi, h6gomtitagani ngima ti vwegeya ttih6ngede.
Ngima h6gomiboya (/hogomubweya) ti beebe gtidi wamiimeema,
namiimi nidi wah6dgulu, twahongelinga biini? Lolwa Itisu njandu
h6gogAlu'a.
Liingi lis6ti xndu h6golooz6'A mtimeema h6govuhona miimu-
fengya. H6goyaba biaata ti ngimA sfimi'a gdvtinisimtini yinti di6nih6ja
mitisumi. Ngimi h6gosali hidgulu h6g6vumtta 'iibo'6 mwaiwa


















Verhaal


De leeuw, de luipaard en de haas

Ze sloten vriendschap. Ze zegden : laten we kporden draaien, dat we (kun-
nen) parelhoenders vangen. Ze gingen naar het bos strikken spannen; ze spanden
hun strikken, en ze kwamen terug naar,het dorp; ze sliepen.
's Anderendaags gingen ze kijken naar hun strikken. Al hun strikken hadden
samen negen parelhoenders ge.vangen. De leeuw en de luipaard namen alle negen
de parelhoenders, en gaven ze aan de haas opdat hij ze zou laten klaar maken bij
hem this, hij was de grootste. De haas going de parelhoenders laten gereed
maken bij hem this. Toen ze gaar waren vroeg hij twee parelhoenders aan zijn
vrouw om op te eten. Zijn vrouw vroeg hem : wil je er (nu al) twee opeten?
wacht je niet op je vrienden ? De haas antwoordde zijn vrouw : dat zijn jouw
zaken niet.
De volgende morgen bestrooide de haas zich met as, trok een huid aan, en
nam zijn speer. Hij going en kwam toe bij de leeuw; hij zei tegen hem: heer,
laten we gaan om de parelhoenders te eten, maar ik ben vandaag (anders)
kwaad, een leeuw heeft een geit van mij gepakt, daarom kom ik hem (achter)-
volgen. De vrouw van de leeuw hoorde de haas dat zeggen, ze riep haar man in
huis : ga niet, als hij je komen roepen is en je zegt : een leeuw heeft een geit
van mij gepakt, dan is dat een list om je te (gaan) doden uit kwaadheid voor zijn
geit. De leeuw zei: ik heb buikpijn, ik zal niet kunnen. De haas going terug en
at al(letwee) de parelhoenders op.
Een andere morgen going de haas bij de luipaard, hij going hem hetzelfde
zeggen wat hij tegen de leeuw gezegd had. De luipaard ook, zijn vrouw hield
hem tegen : ga niet. De haas going terug en at al de parelhoenders op.
De zin van dit verhaal is : sluwheid overtreft geweld.


Het verhaal van de krokodil en de aap

De krokodil had een vrouw gehuwd. Zijn vrouw werd ziek. Ze zei tegen
haar man : de ziekte die ik nu heb (welke ziekte waar ik mee ben ?), het is nodig
dat je me het hart van een aap bezorgt, dan genees ik. De krokodil going en kwam
aan de voet van een boom met een aap erin; hij riep de aap : kom laat ons praten.
De aap zei hem : jij bent van in het water, en ik ben (er een) van boven, hoe
zullen wij (samen) praten ? Die dag going de krokodil terug.
Een andere dag kwam de krokodil uit het water en viel (op zijn zij) in het
zand. Hij kermde geweldig: aap, kom, kom me de tand uittrekken die me kwelt
met pijn doen. De aap kwam naar beneden van daar hoog, en stak zijn hand in
de muil van de krokodil om hem de tand te trekken. De krokodil hield(?) de











mwamAmba wimtisimtni yinti. ijandu h6gomtita ngimA 'tibo'6 mwa-
pwa hidi waimiwAiti (/-i). Ngima h6gomdyutizya mamba ti g6ngwa-
atila 'Aayi? ijandu h6gomtisAhwili ti mwazi wAmi gfdi nalifu, gtibtni-
sAhwilA ti hicti gtiluvula nAfft'i paik nAadi timA dyingimA. Ngima
h6gomtisAhwila g1ndu ti miimi sisimtti natima, n6disigA hiigulu
kwamtti; wanisAhwila ti niktitagandnA timA nifweva (/nifwendtvwa)
niAdi; tinisami naakubuiidi tima, miimi Siiyegila nAdi niiciini (/nilti-
ciinA; eng aangesloten: niluciina) 'tihandijaaga. riandu h6gomtil'eli
ngimA wamubugwidi timA hMigulu kwamtti. NgimA h6gobandA heigulu
kwamtiti; ngimA hikidi heegulu kwamdti, h6gomtitagAnd ri ndu ti
g6mana bi6nokftzimb ? Giimana mtndu 'iyiwe6na astimwangA 'iyisigA
timA dyiyi?
iandu h6gogAlujf kwayi mimeiema. H6goweina aasAhwila mwAzi
wayi, ti, niftiwaata ngima, h6gonib6ya ti nayeene nikubugwidi tima
hidi h6nomtill'a. Mwazi waijandu h6gogog61A nabadi wiyi nah6go-
mtikayA sAana/saina. Mwazi h6gomiyuidzyA ti beebe gtibtmana mtindu
'iyiw ina 'astimti'nga 'iyisigi tima dyAyi? HAhaaha mwAzi h6gofuu'a.
Mayide gakila ngtivu.











aap (met) zijn hand in zijn muil om hem te pakken. De aap vroeg de krokodil :
waarom pak je me? De krokodil zei hem: mijn vrouw is ziek, ze heeft me gezegd:
als je wil dat ik genees is het nodig dat ik het hart van een aap (op)eet. De aap
zei tegen de krokodil: ik ga niet (zo maar) met mijn hart, ik laat het boven in
de boom (ik heb het...); had je me gezegd: ik roep je voor je hart, dan had ik
het meegebracht (dan was ik er mee gekomen); laat me, dat ik je mijn hart ga
halen, ik ga er niet (zo maar) mee overall) ik heb schrik het te scheuren. De
krokodil liet de aap los opdat hij voor hem zijn hart zou gaan halen boven in de
boom. De aap klom de boom op; toen hij daar boven zat riep hij de krokodil
toe : zie je hoe ik je bedrogen heb ? Heb je ooit al iemand gezien die gaat wan-
delen en zijn hart achterlaat ?
De krokodil keerde terug naar zijn gebied, in het water. Hij going zeggen
tegen zijn vrouw : ik had een aap gepakt, hij zeide me : ik ga mijn hart voor je
nemen, dan heb ik hem losgelaten. De vrouw van de krokodil maakte ruzie met
haar man en schold hem erg uit. De vrouw vroeg hem : jij, heb je ooit iemand
gezien die gaat wandelen en zijn hart achterlaat? Daarna(?) genas de vrouw.
List gaat boven kracht.



















INHOUD


I. INLEIDING . . . . . . i
II. PHONOLOGIE ... ...... ............. 3
i. Enkelvoudige phonemen .. . . . 3
2. Realisaties ...... . . ... : 3
3. Verbinding met nasaal .... . . . 4
4. Verbinding met (half)klinker . . ... 4
5. Andere representatives . . . . 5
6. Klinkerlengte. .................... ... 6
TOON .. . . . . . 6
7. Tonetisch . .. . ...... 6
8. Determinant .. .. . . .... .. 6
9. Voor-determinant.. . . . . 6
10. Vaste hoge toon. .................. .. 7
ii. Onvaste hoge toon .. . . . . 7
12. Toonharmonie, tooncontrast..... .. . .... 7
13-16. Toonverdubbeling . . .. . . 7
13. Na prefix . . . . . ... 7
14. N a infix . . . . . .... 8
15. Na eindhoge . . . . . 8
16. Na vaste hoge .. . . . .... .. 8
17-22. Andere regels voor determinant. . . . 8
17. Determinant-kern . . . . 8
18. Niet-gerepresenteerde determinant . . . 8
19. Representative door stijgende toon . . . 8
20. Localisatie ....................... 9
21. Localisatie tot stijgend . . . . 9
22. N eutralisatie . . . ... . . 9
23. Afwijkende gevallen . . . . . 9
24. Toonparallelisme . . . . Io
25. Special tooncontractie . . .. . o
26. Een merkwaardig tooncontrast ... . . o1

III. MORPHOLOGIE. ........................ .
27. Prefixen .. . . . . ... ..I.
A. NOMINALE VORMEN .......... ........... II
28-32. Substantief. .... . . . .
28. Stam . . .. . . . .
29. Suffixen .. . . . .. . ... 12
















30. Voorslag . .
31 Prefixen . .
32. Categorieen ...
33. Locatief . . .
34. Complex substantief ..
35. Adjectief . .. .

B. PRONOMINALE VORMEN .. .

36. Connectief . .
37. Substitutief . .
38. Possessief . .
39. Demonstratief . .
40. ,,Ander" . . .
41. Telwoorden . .
42. ;,Alle" . . ..
43. ,,Welke", ,,hoeveel" .

C. INDEX-VORMEN . .

44. Indices . .
45. n . .... ..
46. N-, ni- ...
47. NDA- ..........
48. Merkwaardige tegenstellingen
49. 'i- . . .
50. Index met substitutief .

D. VERBALE VORMEN . .

51. K ern. . . .
52. Lijst met kernen ..
53. Suffixen . . .
54. Object-infix .
55. Prefix . . .
56. Eindelement . .

Affirmatief . . .

57. -di. . . .
58. Special toonregels .
59. Preteritum . .
60. Recens . . .
61. Imperfectief praesens .
62. Korte vorm . .
63. Perfectief praesens ..
64. Conditionalis . .
65. Futurum . . .
66. Aditief . . .
67. Volitief praesens ..
68. Volitief verleden ..
69. Conjunctief . ..
70. Causalis . . .
71. Relatief . . .


. 12
. 12

. 15
. 6
16
16

. 17

. 17
. 18
. 18
. 19
. 20
. 20
20
. 21

. 21

. 21
. 21
. ... 22
.... 22
. 2
. 23
23
. 23
23

. 24



S. 27

. 29
. 29

. 29

29
. 30
. 30
. 30
. 3
. 31
S. 31
. 31I
. 31

. 32
. 32
. 32
. 32
. 33
. 33












72. Narratief. . . . . 34
73. Eindnarratief ....... . . . 34
74. Subjunctief . . . . 35
75. Subjunctief met infix . . . . 35
76. Imperatief . . . . . 35
77. Negatief ...... ......... ..- ........ 36
78. -di . . . . . . 36
79. Korte vorm . . . . . 36
80. Preteritum . . . .36
81. Recens, habitualis, conditionalis . . . 37
82. Futurum ......... ... . .............. 37
83. Subjunctief. . . . . . 37
E. GEMENGDE VORMEN. . . . . * 37
Nomino-verbaal ..... ... ........... 37
84. Infinitief . . .. . .. .......... 37
85. Periphrastische vormen . . .. . . 38
86. Richtinginfinitief . . . . . 38
87. Participium . . . . . 39
V erbo-nom inaal .. . . . 39
88. Affirmatief ....... . . . 39
89. Negatief ............................... 39
F. PARTIKELS ... ... .... . . ....... .4 40
IV. WOORDENLIJST . . . 41
V. TEKSTEN .. . . . . . 45


DRUKKERIJ SINTE-CATHARINA, TEMPELHOF, 37, BRUGGE




























De uitgaven van het Koninklijk Museum van Belgisch-Kongo zijn te verkrijgen:

In het Koninklijk Museum van Belgisch-Kongo, te Tervuren, Belgi ;

Bij de Boekhandel Van Campenhout, IJzeren Kruisstraat 95, Brussel.





On peut obtenir les publications du Musee Royal du Congo Beige:

Au Musee Royal du Congo Beige, Tervuren, Belgique;

A la Librairie Van Campenhout, 95, rue de la Croix de Fer, Bruxelles.




University of Florida Home Page
© 2004 - 2010 University of Florida George A. Smathers Libraries.
All rights reserved.

Acceptable Use, Copyright, and Disclaimer Statement
Last updated October 10, 2010 - - mvs